Opiniemakers - 'Confidenties in Toscane'
__________________________________________

Taken from De Morgen 19-06-2002

Christophe Vekeman

"Het is niet zo moeilijk je kwaad te maken", kon je Mauro Pawlowski zaterdagavond in het programma Confidenties in Toscane horen zeggen, en inderdaad, hij had gelijk: het was veel moeilijker om kijkend naar deze uitzending enigszins rustig, zeg maar gelaten te blijven... Godverdomme, godverdomme!

Maar goed, voor wie werkelijk van toeten noch blazen weet wegens een slecht geheugen of tout court te jong, eerst even deze korte introductie op de persoon van Paul Goossens. Goossens is de man die destijds het jaar '68 in Vlaanderen uitvond, mede door zijn markante gelaat te tooien met een stel bakkebaarden dat deed vermoeden dat hij geen hoofdkussen nodig had om zacht te kunnen slapen des nachts, vervolgens tot ons aller eeuwige dankbaarheid de linkse prachtkrant De Morgen in de wereld bracht en toen, een hele poos later alweer, plots kon worden waargenomen in zogeheten Uitzendingen door derden, welke derden in onderhavig geval met provo, links of weet ik veel wat niet erg veel te maken hadden, maar integendeel de CVP betroffen. Thans - die bakkebaarden zijn allang weg, uiteraard - ontvangt hij in het kader van bovenvermeld programma tweemaal per week twee boeiende gasten van onvoorspelbaar pluimage teneinde met hen een gesprek te voeren in de hoop - daarvan getuigt de titel althans - hen tot het aanslaan ener vertrouwelijke toon te verleiden, met alle opzienbarende gevolgen van dien dus. Een bepaald ambitieuze opzet.

Pawlowski en Goossens' andere gast van zaterdag jongstleden, Jan Leyers, behoeven geen introductie, me dunkt, en als u daar anders over zou denken: ga naar de winkel en koop blindelings een krant of tijdschrift, indien geen van beiden erin geïnterviewd blijkt te worden, krijgt u het verspilde bedrag dubbel van me terug. Op een gesprek met deze heren zat ik dus echt te wachten, ja. Nogmaals: maar goed. Werd het toch nog leuk om naar te kijken allemaal? Godverdomme, godverdomme, nee, integendeel, mag je wel zeggen! Wat een... wat een... Ik durf het woord haast niet te gebruiken... Wat een kutzooi, bedoel ik. Zijn Paul Goossens en de VRT nu werkelijk van mening dat een doorsnee-Vlaming zijn zaterdagavond veil heeft voor het soort televisie waarin secondenlang op een glazen, met allerlei groen en zongedroogd spul gevulde slakom ingezoomd wordt; waarin - ditmaal minutenlang - de drie goden in kwestie nu eens broederlijk tezamen dan weer elk apart als over een denkbeeldige catwalk woordeloos door het (prachtige!)

Toscaanse landschap struinen (echt formidabel!); waarin onder voortdurend gekletter van eetinstrumenten zulke stroeve non-conversaties worden gevoerd dat de gespannen sfeer je bijna lijfelijk komt te omringen en je van lieverlede de gewaarwording krijgt als was je bezig mondeling naar een felbegeerde job te solliciteren, terwijl het tempo dezer lege, lusteloze gesprekken zo laag ligt dat je er van de weeromstuit bloednerveus van wordt en algauw de hele tijd zit te denken: kom, jongens, schiet op, vooruit, zwijg en eet verder, je bord wordt koud? Vindt Paul Goossens, zo vraag ik mij ernstig af, zichzelf geschikt voor de rol die hij speelt te Toscane? Vindt hij het bijvoorbeeld - rebels als zijn wezen toch zijn moet, want dat wordt bewezen door zijn verleden - niet een heel klein beetje lullig van zichzelf als hij Leyers drie of vier keer zijn excuses aanbiedt omdat hij de euvele moed heeft gehad wijlen Soulsister een commerciële popgroep te noemen? Vindt hij zichzelf geschikt voor deze job als hij erin slaagt een van de gevatste en dankbaarste gespreksgenoten die Vlaanderen rijk is, Pawlowski dus, er middels zijn op volstrekt ongeïnteresseerde, moede toon gestelde, afgezaagde clichévragen ertoe te brengen om alras niet veel meer nog te doen dan te zuchten, te blazen, nog maar eens een slokje wijn te nemen en ten slotte verontschuldigend te lachen dat hij Goossens' 'meubelen niet gaat redden'? Ik kan het mij niet voorstellen. Ik weet zelfs wel zeker van niet. "Ik hoop niet dat je hieraan nu dubbele gevoelens overhoudt", sprak hij Pawlowski ten afscheid toe, zelf zo vervuld van gêne dat hij zich zichtbaar geweld aandoen moest, de rocker in de ogen te kijken. Pawlowski ontkende beleefd. Wat kon hij ook anders doen? Het kwaad was immers geschied. Het had geen zin dat hij zich boos maakte. Dat deed de kijker wel in zijn plaats.

Christophe Vekeman (1972) publiceerde twee romans: Alle mussen zullen sterven (1999) en Iedereen kan het (2001), uitgegeven bij De Arbeiderspers.