Deng interview 05-2003
__________________________________________

Taken from Deng 05-2003
SECRET SUPERSTAR

Marc Henri Johanna Van Springel

ONDER SURREALISTEN


De goede verstaander had het wellicht al gemerkt: het schilderij dat in de illustratie verwerkt zit, is geen staatsieportret van de heer Mauro Pawlowski, maar een uit de jaren `20 daterend zelfportret van de Italiaanse schilder Giorgio De Chirico (1888-1978), een eigenzinnige post- surrealist, hellraiser en koppigaard die wij sprekend op Mauro vinden lijken. En niet alleen puur uiterlijk. Het kan natuurlijk ook onze nieuwe medicatie zijn.

Het is alweer twee jaar geleden - time flies when you're having fun - dat Mauro Pawlowski nog eens een plaatje uitbracht, het onder de deskundige auspiciën van producer Dave Sardy (zie ook: Red Hot Chili Peppers, Marilyn Manson en Soulwax) in New York opgenomen `Songs From A Bad Hat', een prima plaat die echter niet de genadeloze million seller werd waarop men bij de platenfirma had gehoopt. Resultaat: de kleine lettertjes in Pawlowski's contract werden nog eens onder het vergrootglas gelegd en sinds enige tijd mag Mauro zich weer een Vrij Man noemen. Hij liet het alvast niet aan zijn hart komen en dieselde de voorbije twee jaar met Pools-Italiaans-Limburgse stugheid gewoon door: met of zonder groep, als gastmuzikant in allerlei ensembles en als losvast lid van groepjes en gelegenheidsprojecten als Sukiloue en Shadowgraphic City. Met de zomer in zicht bereidt hij een nieuw offensief voor: hij schreef een song voor de nieuwe plaat van De Kreuners - ja, wij moesten ook iets groots en onbestemds doorslikken - en werkte in alle stilte aan een plaat met een nieuwe groep: Mauro Pawlowski & The Grooms. Een tussenstand van zaken.

Je deed de laatste tijd heel veel verschillende dingen. Is dat uit noodzaak, omdat je groep tijdelijk op non-actief stond, of vind je het gewoon plezierig om je activiteiten wat te versplinteren?

Mauro: Ik heb eigenlijk altijd gewerkt zoals nu. Af en toe ga je echter in zee met bedrijven die in je investeren en die hebben natuurlijk het liefst dat vooral hun investering de aandacht trekt en je andere bezigheden wat naar het achterplan verdwijnen. Anders wordt het te verwarrend voor de consument.
Ik ben nu weg bij mijn platenfirma. Nuja, half weg: ze doen nog wel de distributie van mijn platen.

Waarom is je relatie met je platenfirma losser geworden?

Mauro: Wellicht omdat ik niet de meest gemotiveerde artiest in hun stal ben. Niet op artistiek vlak, daar ben ik heel militant in, maar in het praktische gedoe dat erbij hoort, ben ik gewoon verschrikkelijk slecht. Ze hebben daar alle begrip voor, maar als ze een miljoen te verdelen hebben om een videoclip te maken, geven ze dat liever aan een gemotiveerde artiest dan aan iemand die er op vergaderingen consequent met een lang gezicht bijzit. Dat lijkt me een heel normale redenering. Daarom hebben ze mij het volgende voorgesteld: ik mag mijn zin doen en zij blijven de verdeling van mijn platen verzorgen, maar mijn dikke producer en mijn maand studio mag ik voortaan zelf betalen.

Ze hadden wellicht ook gehoopt dat `Songs From A Bad Hat' het commercieel iets beter zou doen.

Mauro: Ik vrees het ook. Toen ze merkten dat ik een classic rock-plaat aan het opnemen was, ontstond er toch wel enige zenuwachtigheid. Ze hadden zoiets van: oké, `t is positief dat het een plaatje wordt dat misschien ook door mensen boven de veertig zal worden gekocht. Dan hebben we dat publiek toch ook mee. Bleek dat alleen mensen boven de veertig de plaat hadden gekocht (lacht). Tja. Pas op: zelf ben ik nog altijd heel tevreden over die plaat.

Wanneer is het dan precies foutgelopen?

Mauro: Op een gegeven moment gingen we een videoclip opnemen. Ik had een goed idee, alles was goedgekeurd, we waren klaar om eraan te beginnen en ineens bleek er toch geld tekort, waardoor er niks van kwam. Rond die tijd ging ook het label van onze producer Dave Sardy - waarop de plaat normaal zou uitkomen -failliet. Dat kwam op een cruciaal moment. Dan weet je dat het voorbij is. Maar ik laat me daardoor niet doen. Ik doe gewoon verder. Voor je succes is het natuurlijk allemaal niet echt gunstig (lacht).

Beschouw je `Songs From a Bad Hat' als een verloren plaat?

Mauro
: Nee, ik heb die plaat gemaakt en dat is voor mij het belangrijkste. Die plaat kan ooit nog wel eens opgepikt worden, misschien als ik al lang petroleum ben (lacht).

Je bent met die plaat ook niet in het buitenland gaan toeren?

Mauro: Nee, nergens. Ik ben er zelfs niet mee in Luxemburg geraakt (lacht). Om heel eerlijk te zijn: ik voel het ook niet als een gemis aan. Ik ga gewoon door. Onverstoorbaar. Ik heb me ook geen moment down gevoeld. Ik ben wel eens bij de platenfirma langsgeweest om hen ervan te overtuigen dat er dringend een videoclip moest komen, maar dan hoorde ik mezelf praten en dacht ik al na tien minuten: waar ben ik mee bezig? Hier trapt echt wel niemand in (lacht).

Wat voor consequenties heeft je nieuwe situatie nu voor je muzikale activiteiten?

Mauro
: Eén van de consequenties is dat ik nu met een archief van zeventig nummers zit uit de Song From A Bad Hat-periode. Ik ben van plan die allemaal op te nemen à la Guided By Voices. Ik fluit wat volk bij elkaar, boek ergens twee dagen studio, en neem wat dingen op die ik dan op mijn eigen - pas opgerichte - label uitbreng. De eerste release op dat label wordt mijn volgende plaat. Ik weet niet precies wanneer, maar in ieder geval nog dit jaar.

Ondertussen is het wel redelijk absurd dat iemand als jij niet de verzekering heeft dat hij elk jaar in goeie omstandigheden minstens één plaat kan maken.

Mauro: Wel, daar wil ik nu dus iets aan doen. Ik ben er 32 moeten worden om dat te beseffen. Aan de andere kant: als je met een firma in zee gaat, en ze geven je een som geld, moet je er natuurlijk wel iets voor terugdoen. Zij werken drie jaar om die investering terug te verdienen. Het minste wat ze van je verwachten is dat je je daar dus ook drie jaar op focust. Ik begrijp de hele situatie dus wel.

Je werktempo is niet helemaal op dat van de platenindustrie afgestemd?

Mauro: Helemaal niet. Ik werk veel en snel. Ze willen ook altijd work in progress horen, wat ook niks voor mij is. In mei begin ik met mijn nieuwe groep op te treden. Ik weiger het try outs te noemen, da's voor mietjes. Is het optreden rotslecht, sorry, volgende keer beter. We beginnen gewoon te spelen. 't Kan zijn dat het pas tegen het zesde of zevende optreden goed is, maakt niks uit. Het eerste optreden is al een optreden. Je weet nooit wanneer je op je piek zit. Zelf heb je daar weinig zicht op. Soms denk je dat het niks was en komen ze je na het optreden huilend van geluk feliciteren. Soms denk je dat je een fantastisch optreden hebt gegeven, maar dragen ze je op een oude spoorwegrail, ingesmeerd met pek en veren, het dorp uit. De risico's van het vak (lacht).

Speel je weer met dezelfde mensen?

Mauro: 't Is ongeveer dezelfde club, ja. We hebben al wat dingen opgenomen in een studio in Nederland, die ik via Pascal Deweze (Sukilove, Chitlin' Fooks, red.) heb leren kennen. Alle platen van de Dolly Dots zijn er opgenomen. We hebben de gasten van die studio natuurlijk de hele tijd met vragen over de Dolly Dots bestookt. Hoe zou je zelf zijn (lacht). Een deel hebben we dus al opgenomen, de rest ga ik thuis allemaal zelf doen. Ik heb wat spullen gekocht: protools, microfoons...

Iedereen lijkt zijn plaatjes tegenwoordig gezellig thuis op te nemen.

Mauro
: Ik vind dat een prima trend. Eindelijk kan ik
eens meedoen met een trend (lacht). Die manier van werken ligt me wel. Ik zal het weliswaar zonder de typische Dave Sardyklanken moeten doen, maar ik zal ook een paar tientallen duizend platen minder moeten verkopen om mijn geld terug te verdienen. Dat scheelt toch wel. Ik heb de voorbije drie dagen toevallig in de studio gezeten met Zita Swoon en die zijn op precies dezelfde manier bezig: zelf wat dingetjes opnemen en vervolgens zien wat ervan komt. Hun nieuwe nummers klinken fenomenaal, daar zal het niet aan liggen. Stef blijft ook gewoon keihard werken. Die laat zich niet doen.

Je bent ook nu weer met allerlei dingen tegelijk bezig. Kan je je - om écht te kunnen excelleren - niet beter op één ding concentreren?

Mauro: Ik denk dat een popgroep het best werkt op de volgende manier: je brengt een paar mensen samen, bouwt rond die mensen een concept, en probeert er gedurende lange tijd zoveel mogelijk mensen van te overtuigen. Maar dat heb ik dus nooit gehad, zelfs niet met de Evil Superstars. Daarom zijn we er ook na twee platen mee gestopt. We waren ironisch genoeg eerder een samengestelde boysband dan The Beatles. Ik heb altijd gewerkt zoals nu. Ook in alle soorten en lagen van de bevolking. 's Zaterdags op Pukkelpop spelen en vrijdags
nog op een braderie in het balorkest van mijn nonkel 'I Shot The Sheriff' meejammen.

Maar, zoals pakweg U2, vijfentwintig jaar met dezelfde mensen in dezelfde groep zitten, dat is niks voor jou?
Mauro
: Ik zou zeer goed in zo'n groep kunnen functioneren, maar die gasten moet ik nog tegenkomen. Ik ken gelukkig wel veel mensen met wie ik fijne muziek kan maken. Da's ook al iets. Het heeft ook met traditie te maken: de zon valt hier toch heel anders op de bol dan in Engeland of Amerika, heb ik de indruk. Dat is ook goed. Ik vind die Belgische manier van werken wel oké. De dEUS generatie heeft ook duidelijk gemaakt dat het wérkt. Spelen met gerespecteerde, inwisselbare groepsleden is voor mij perfect.


Wat dat betreft heb je je actieradius gevoelig uitgebreid, nu je een song voor de nieuwe plaat van De Kreuners hebt geschreven.

Mauro: Die mannen hebben mij gewoon opgebeld om te vragen of ik gitaar wilde spelen op hun plaat. Dat zag ik niet echt zitten. Het schoot me niet dadelijk te binnen wat ik kon bijdragen aan de Kreuners-sound. Ik wilde wel graag een nummer schrijven voor hen. Da's ook zo'n een beetje een romantische fantasie van mij, om in de traditie van Burt Bacharach, Carole King of Tin Pan Alley songs te leveren aan gevestigde artiesten en toch mijn best te doen om een fatsoenlijk nummer te schrijven. En die mannen gingen meteen akkoord. 't Is ook goed meegevallen. Ik ben er heel enthousiast over.

Had je vroeger al eens iets in het Nederlands geschreven?

Mauro: Ik werk soms met Kris De Bruyne en die heeft me wel een en ander geleerd. Ik heb thuis een aantal Nederlandstalige nummers liggen. Nu, ik weet ook wel hoe er in mijn kringen tegen De Kreuners wordt aangekeken, maar het onderscheid maken tussen goed en fout in muzikale zin vind ik toch eerder iets voor eeuwige tieners en voor de lifestyle-pers, daar kan ik me echt niet mee bezighouden. Als ik ook maar de kleinste opening zie om toch iets goeds te maken, in welke omgeving dan ook, grijp ik mijn kans. En als ik er ook nog eens iemand mee kan jennen, is dat natuurlijk mooi meegenomen, dat moet ik wel toegeven.

Hoe begin je eigenlijk aan een song voor De Kreuners? Door eerst hun platen nog eens te beluisteren?

Mauro: Wel, ik vind Er sterft een beer in de taiga en 's Nachts beter dan buiten twee schitterende Nederlandstalige platen. Daarom vond ik het een opwindend idee om een song voor hen te schrijven. Ik heb trouwens ooit iets meegemaakt, waar De Kreuners toevallig mee te maken hadden, en dat ik nooit vergeten ben, Ik weet het nog heel goed: ik moet een jaar of dertien, veertien geweest k zijn. Het was zomervakantie en ik fietste met een vriend door Heusden-Zolder. In parochiezaal Ons Huis was een soundcheck bezig. We stopten, zetten onze fiets tegen de muur en keken door het raam naar binnen. Ik zag Walter Grootaers rondlopen. De Kreuners zouden er die dag namelijk optreden. Op een bepaald moment zie ik binnen een griet aan een tafeltje zitten, echt één van de knapste grieten die ik ooit in mijn leven heb gezien. Een nogal extravagant type met pikzwarte lange haren, duidelijk een vrouw uit de stad. Voor provincialen als wij kwam zij echt uit een andere wereld. Ik vond dat waanzinnig fascinerend. Ik had een vermoeden dat er zich achter dat glas een wereld bevond die voor mii was bestemd. Dat is me altijd bijgebleven. Toen ik dat nummer voor De Kreuners aan het maken was, zat ik daarmee de hele tijd in mijn achterhoofd. Ik heb het ook aan die gasten verteld. Waarop zij: was dat uw lief? Nee, dat was uw lief, zeker! Of die van u?

Niet dat we je fantasie willen bezoedelen, maar voor hetzelfde geld was het Ben Crabbé met een bos lang haar.

Mauro: Wie zal het zeggen? Ik bedoel maar: dat verklaart een beetje mijn motivatie. Ik heb een soort mystieke band met De Kreuners. Ik zou bijvoorbeeld ook wel eens een nummer voor Clouseau willen schrijven, maar daar heb ik niet dadelijk een band mee.

Als het nummer een hit wordt, zullen ze natuurlijk wel met zijn allen tegelijk bij je aan de telefoon hangen: de foutste groepen wellicht eerst.

Mauro: Graag. Laat ze maar komen. Stel je voor: het zou nog lucratief zijn ook.

Je ziet het wel zitten om bij wijze van bijverdienste de Carole King van de Belgische rock te worden?

Mauro: Zeker weten. Laat het maar allemaal hits worden. Ik zou wel weten wat ik met mijn royalties moet doen. Ik zou direct een driedubbele cd-box met mijn oude songs uitbrengen.

Ongeveer tegelijk met die Kreunerssingle komt er - helemaal aan de andere kant van het spectrum - een
zeer experimentele plaat van jou uit: 'Secret guitar'.

Mauro: 't Is een plaat met gitaarimprovisaties, een beetje in de free improv-sfeer. Het is een soort etnisch Belgische improvisatiemuziek, mocht iemand zich daar iets bij kunnen voorstellen. Die plaat verschijnt op vijfhonderd exemplaren en alleen op vinyl. Ik breng ze onder mijn volledige naam uit: Mauro Antonio Pawlowski. Klinkt lekker pretentieus, hé (lacht). Binnenkort komt er ook een plaat uit van Monguito, een free improv-trio waar ik ook in zit. Op driehonderd exemplaren, op weer een ander labeltje. De toetsenman van de groep is een Argentijn, en hij vertelde dat er begin de jaren '80 in Argentinië een rip off remake van E.T. is gemaakt. In die Argentijnse film heette het buitenaardse wezentje Monguito. Het kwam namelijk van de planeet Mongo (lacht).

Die experimentele muziek is voor jou veel meer dan zo maar een spielerei.

Mauro: Ik ben er al van mijn tiende mee bezig. Ik heb echt een hoop tapes. Met Monguito brengen we ook regelmatig cassettes uit. Er zijn toch flink wat mensen met dat soort muziek bezig, hoor. 't Is ook geen scène die bewust ondergronds wil blijven. Die muziek is een aparte taal. En je moet die taal toch een beetje willen leren om ervan te kunnen genieten.
Met experimentele muziek wil je net hetzelfde bereiken als met een gewone popsong: je wil de ziel van de luisteraar beroeren, zij het met een andere taal. Zoals iedereen wel weet kan muziek een enorme invloed hebben. Een stoeme popsong kan je zeer diep raken. Voor experimentele muziek geldt net hetzelfde. Ook die muziek kan je heel intens beroeren. Ik heb me er altijd instinctief toe aangetrokken gevoeld. Dat begon al met Captain Beefheart: dat sprak me meteen aan. Van Beefheart evolueer je naar hedendaagse klassieke muziek, en zo kom je weer bij andere dingen uit.

Heeft het genre ook een officiële naam?

Mauro: Het heet eigenlijk free improvisation.
De grootmeester van de free impro-gitaar is een zekere Derek Bailey. Die mens moet nu bijna tachtig zijn, maar hij is echt de grote spilfiguur. Iemand als Thurston Moore is ook belangrijk voor de scene: hij is zo'n beetje een tussenfiguur tussen pop en experiment. Ik zie het genre als een verre uitloper van de jazz, de traditie van individuele instrumentalisten die samenkomen en met elkaar musiceren. 't Is even divers als ieder ander genre: je hebt grote en kleine bezettingen, een Europese en een Amerikaanse scène. 't Is echt een aparte planeet.

Is er ook een wisselwerking tussen je free impro-exploten en je gewone rock-actiniteiten of hou je die twee werelden strikt gescheiden?

Mauro: Het vloeit toch wel op de een of andere manier over. Het is wellicht niet aan mijn muziek te horen, maar het heeft zeker een invloed op mijn attitude als rockmuzikant.

Als er morgen op de één of andere manier toch weer een dik platencontract uit de lucht zou komen vallen, zou je dan nog eens willen proberen om internationaal iets te forceren? Of is dat toch vooral iets voor als je jong, onbesuisd en eenentwintig bent?

Mauro: Dat is toch vooral iets dat je moet doen als je
éénentwintig bent, ja. Maar je weet natuurlijk nooit wat er met je plaatje gebeurt, zelfs al is het maar op vijfhonderd exemplaren geperst. Ik ga natuurlijk ook weer geen dure studio's en geniale producers ontwijken, puur uit principe. Laat maar komen, zou ik zeggen. Het ene zal het andere wel met zich meebrengen, zoals nu ook is gebeurd. In welke situatie je je ook bevindt, je kan er altijd wel iets van maken. Wat ik vooral niet ga doen, is af en toe een traantje wegpinkend zitten kniezen in een hoekje.

De Evil Superstars leken op een bepaald moment echt potten te kunnen breken. Verlang je daar niet naar terug, als je eenmaal dat gevoel hebt gekend?

Mauro: Nee, want wijzelf hebben dat gevoel nooit gekend. Dat wordt ervan gemaakt, wat heel amusant is, maar zelf hebben we het nooit zo bekeken. Op een gegeven moment hadden we iets van: zullen we er maar mee stoppen? Ga jij, Tim, maar met je fantastische nummers de baan op. Het wordt tijd, anders komt er toch niks van. En toen kregen we telefoon van Trent Reznor (van Nine Inch Nai/s, red.): wij willen jullie plaat uitbrengen op mijn label en er een hoop poen inpompen en bla-bla-bla... En wij zeiden: nee, sorry. Net te laat! Als je vorige week had gebeld, bestonden we nog. Ze vroegen of we eventueel weer bij elkaar wilden komen. Nee waarom, zeiden wij: op naar nieuwe avonturen! Ik heb er ook geen moment spijt van gehad. Je hebt iets van: en wat gaan we nu doen? Het maakt niet uit wat, als het maar iets anders is. Eender wie belt: de paus of Trent Reznor (lacht).
Het klinkt misschien raar, maar het heeft alles te maken met de manier waarop je met muziek bezig bent: het was en het is nog steeds veel meer dan lifestyle voor mij. Het is iets anders, iets hogers: het is religie. 't Is een beetje hysterisch uitgedrukt, maar het klopt wel. Het één vloeit uit het andere voort. Het zou bijvoorbeeld maar een flauwe, paniekerige zet geweest zijn om een classic rock-plaatje op te nemen als een soort lifestyle-statement. Met de nieuwe groep zit de kans er toch wel in dat ik in de trend van het moment verzeild raak: het is allemaal nogal snel, hectisch en trashy. Dus wie weet, we zullen zien. 't Is altijd hetzelfde als ik iets uitbreng: ofwel is het resultaat zeer goed, ofwel maak ik me compleet belachelijk. Ofwel allebei tegelijk. Wat eigenlijk ook wel cool is (lacht).

Heer Pawlowski, wij hebben er alle vertrouwen in.