|
Marc
Henri Johanna Van Springel
ONDER SURREALISTEN
De goede verstaander had het wellicht al gemerkt: het schilderij
dat in de illustratie verwerkt zit, is geen staatsieportret van
de heer Mauro Pawlowski, maar een uit de jaren `20 daterend zelfportret
van de Italiaanse schilder Giorgio De Chirico (1888-1978), een eigenzinnige
post- surrealist, hellraiser en koppigaard die wij sprekend op Mauro
vinden lijken. En niet alleen puur uiterlijk. Het kan natuurlijk
ook onze nieuwe medicatie zijn.
Het is alweer twee jaar geleden - time flies when you're
having fun - dat Mauro Pawlowski nog eens een plaatje uitbracht,
het onder de deskundige auspiciën van producer Dave Sardy (zie
ook: Red Hot Chili Peppers, Marilyn Manson en Soulwax) in New York
opgenomen `Songs From A Bad Hat', een prima plaat die echter niet
de genadeloze million seller werd waarop men bij de platenfirma
had gehoopt. Resultaat: de kleine lettertjes in Pawlowski's contract
werden nog eens onder het vergrootglas gelegd en sinds enige tijd
mag Mauro zich weer een Vrij Man noemen. Hij liet het alvast niet
aan zijn hart komen en dieselde de voorbije twee jaar met Pools-Italiaans-Limburgse
stugheid gewoon door: met of zonder groep, als gastmuzikant in allerlei
ensembles en als losvast lid van groepjes en gelegenheidsprojecten
als Sukiloue en Shadowgraphic City. Met de zomer in zicht bereidt
hij een nieuw offensief voor: hij schreef een song voor de nieuwe
plaat van De Kreuners - ja, wij moesten ook iets groots en onbestemds
doorslikken - en werkte in alle stilte aan een plaat met een nieuwe
groep: Mauro Pawlowski & The Grooms. Een tussenstand van zaken.
Je
deed de laatste tijd heel veel verschillende dingen. Is dat uit
noodzaak, omdat je groep tijdelijk op non-actief stond, of vind
je het gewoon plezierig om je activiteiten wat te versplinteren?
Mauro: Ik heb eigenlijk altijd gewerkt zoals nu.
Af en toe ga je echter in zee met bedrijven die in je investeren
en die hebben natuurlijk het liefst dat vooral hun investering de
aandacht trekt en je andere bezigheden wat naar het achterplan verdwijnen.
Anders wordt het te verwarrend voor de consument.
Ik ben nu weg bij mijn platenfirma. Nuja, half weg: ze doen nog
wel de distributie van mijn platen.
Waarom is je relatie met je platenfirma losser geworden?
Mauro: Wellicht omdat ik niet de meest gemotiveerde
artiest in hun stal ben. Niet op artistiek vlak, daar ben ik heel
militant in, maar in het praktische gedoe dat erbij hoort, ben ik
gewoon verschrikkelijk slecht. Ze hebben daar alle begrip voor,
maar als ze een miljoen te verdelen hebben om een videoclip te maken,
geven ze dat liever aan een gemotiveerde artiest dan aan iemand
die er op vergaderingen consequent met een lang gezicht bijzit.
Dat lijkt me een heel normale redenering. Daarom hebben ze mij het
volgende voorgesteld: ik mag mijn zin doen en zij blijven de verdeling
van mijn platen verzorgen, maar mijn dikke producer en mijn maand
studio mag ik voortaan zelf betalen.
Ze hadden wellicht ook gehoopt dat `Songs From A Bad Hat'
het commercieel iets beter zou doen.
Mauro: Ik vrees het ook. Toen ze merkten dat ik
een classic rock-plaat aan het opnemen was, ontstond er toch wel
enige zenuwachtigheid. Ze hadden zoiets van: oké, `t is positief
dat het een plaatje wordt dat misschien ook door mensen boven de
veertig zal worden gekocht. Dan hebben we dat publiek toch ook mee.
Bleek dat alleen mensen boven de veertig de plaat hadden gekocht
(lacht). Tja. Pas op: zelf ben ik nog altijd heel tevreden over
die plaat.
Wanneer is het dan precies foutgelopen?
Mauro: Op een gegeven moment gingen we een videoclip
opnemen. Ik had een goed idee, alles was goedgekeurd, we waren klaar
om eraan te beginnen en ineens bleek er toch geld tekort, waardoor
er niks van kwam. Rond die tijd ging ook het label van onze producer
Dave Sardy - waarop de plaat normaal zou uitkomen -failliet. Dat
kwam op een cruciaal moment. Dan weet je dat het voorbij is. Maar
ik laat me daardoor niet doen. Ik doe gewoon verder. Voor je succes
is het natuurlijk allemaal niet echt gunstig (lacht).
Beschouw je `Songs From a Bad Hat' als een verloren plaat?
Mauro: Nee, ik heb die plaat gemaakt en dat is voor mij
het belangrijkste. Die plaat kan ooit nog wel eens opgepikt worden,
misschien als ik al lang petroleum ben (lacht).
Je bent met die plaat ook niet in het buitenland gaan toeren?
Mauro: Nee, nergens. Ik ben er zelfs niet mee in
Luxemburg geraakt (lacht). Om heel eerlijk te zijn: ik voel het
ook niet als een gemis aan. Ik ga gewoon door. Onverstoorbaar. Ik
heb me ook geen moment down gevoeld. Ik ben wel eens bij de platenfirma
langsgeweest om hen ervan te overtuigen dat er dringend een videoclip
moest komen, maar dan hoorde ik mezelf praten en dacht ik al na
tien minuten: waar ben ik mee bezig? Hier trapt echt wel niemand
in (lacht).
Wat voor consequenties heeft je nieuwe situatie nu voor
je muzikale activiteiten?
Mauro: Eén van de consequenties is dat ik nu met
een archief van zeventig nummers zit uit de Song From A Bad Hat-periode.
Ik ben van plan die allemaal op te nemen à la Guided By Voices.
Ik fluit wat volk bij elkaar, boek ergens twee dagen studio, en
neem wat dingen op die ik dan op mijn eigen - pas opgerichte - label
uitbreng. De eerste release op dat label wordt mijn volgende plaat.
Ik weet niet precies wanneer, maar in ieder geval nog dit jaar.
Ondertussen is het wel redelijk absurd dat iemand als jij niet de
verzekering heeft dat hij elk jaar in goeie omstandigheden minstens
één plaat kan maken.
Mauro: Wel, daar wil ik nu dus iets aan doen. Ik
ben er 32 moeten worden om dat te beseffen. Aan de andere kant:
als je met een firma in zee gaat, en ze geven je een som geld, moet
je er natuurlijk wel iets voor terugdoen. Zij werken drie jaar om
die investering terug te verdienen. Het minste wat ze van je verwachten
is dat je je daar dus ook drie jaar op focust. Ik begrijp de hele
situatie dus wel.
Je werktempo is niet helemaal op dat van de platenindustrie
afgestemd?
Mauro: Helemaal niet. Ik werk veel en snel. Ze
willen ook altijd work in progress horen, wat ook niks
voor mij is. In mei begin ik met mijn nieuwe groep op te treden.
Ik weiger het try outs te noemen, da's voor mietjes. Is het optreden
rotslecht, sorry, volgende keer beter. We beginnen gewoon te spelen.
't Kan zijn dat het pas tegen het zesde of zevende optreden goed
is, maakt niks uit. Het eerste optreden is al een optreden. Je weet
nooit wanneer je op je piek zit. Zelf heb je daar weinig zicht op.
Soms denk je dat het niks was en komen ze je na het optreden huilend
van geluk feliciteren. Soms denk je dat je een fantastisch optreden
hebt gegeven, maar dragen ze je op een oude spoorwegrail, ingesmeerd
met pek en veren, het dorp uit. De risico's van het vak (lacht).
Speel je weer met dezelfde mensen?
Mauro: 't Is ongeveer dezelfde club, ja. We hebben
al wat dingen opgenomen in een studio in Nederland, die ik via Pascal
Deweze (Sukilove, Chitlin' Fooks, red.) heb leren kennen. Alle platen
van de Dolly Dots zijn er opgenomen. We hebben de gasten van die
studio natuurlijk de hele tijd met vragen over de Dolly Dots bestookt.
Hoe zou je zelf zijn (lacht). Een deel hebben we dus al opgenomen,
de rest ga ik thuis allemaal zelf doen. Ik heb wat spullen gekocht:
protools, microfoons...
Iedereen lijkt zijn plaatjes tegenwoordig gezellig thuis
op te nemen.
Mauro: Ik vind dat een prima trend. Eindelijk kan ik
eens meedoen met een trend (lacht). Die manier van werken ligt me
wel. Ik zal het weliswaar zonder de typische Dave Sardyklanken moeten
doen, maar ik zal ook een paar tientallen duizend platen minder
moeten verkopen om mijn geld terug te verdienen. Dat scheelt toch
wel. Ik heb de voorbije drie dagen toevallig in de studio gezeten
met Zita Swoon en die zijn op precies dezelfde manier bezig: zelf
wat dingetjes opnemen en vervolgens zien wat ervan komt. Hun nieuwe
nummers klinken fenomenaal, daar zal het niet aan liggen. Stef blijft
ook gewoon keihard werken. Die laat zich niet doen.
Je bent ook nu weer met allerlei dingen tegelijk bezig.
Kan je je - om écht te kunnen excelleren - niet beter op
één ding concentreren?
Mauro: Ik denk dat een popgroep het best werkt
op de volgende manier: je brengt een paar mensen samen, bouwt rond
die mensen een concept, en probeert er gedurende lange tijd zoveel
mogelijk mensen van te overtuigen. Maar dat heb ik dus nooit gehad,
zelfs niet met de Evil Superstars. Daarom zijn we er ook na twee
platen mee gestopt. We waren ironisch genoeg eerder een samengestelde
boysband dan The Beatles. Ik heb altijd gewerkt zoals nu. Ook in
alle soorten en lagen van de bevolking. 's Zaterdags op Pukkelpop
spelen en vrijdags
nog op een braderie in het balorkest van mijn nonkel 'I Shot The
Sheriff' meejammen.
Maar, zoals pakweg U2, vijfentwintig jaar met dezelfde mensen
in dezelfde groep zitten, dat is niks voor jou?
Mauro: Ik zou zeer goed in zo'n groep kunnen functioneren,
maar die gasten moet ik nog tegenkomen. Ik ken gelukkig wel veel
mensen met wie ik fijne muziek kan maken. Da's ook al iets. Het
heeft ook met traditie te maken: de zon valt hier toch heel anders
op de bol dan in Engeland of Amerika, heb ik de indruk. Dat is ook
goed. Ik vind die Belgische manier van werken wel oké. De
dEUS generatie heeft ook duidelijk gemaakt dat het wérkt.
Spelen met gerespecteerde, inwisselbare groepsleden is voor mij
perfect.
|
Wat
dat betreft heb je je actieradius gevoelig uitgebreid, nu je een
song voor de nieuwe plaat van De Kreuners hebt geschreven.
Mauro:
Die mannen hebben mij gewoon opgebeld om te vragen of ik gitaar
wilde spelen op hun plaat. Dat zag ik niet echt zitten. Het schoot
me niet dadelijk te binnen wat ik kon bijdragen aan de Kreuners-sound.
Ik wilde wel graag een nummer schrijven voor hen. Da's ook zo'n
een beetje een romantische fantasie van mij, om in de traditie van
Burt Bacharach, Carole King of Tin Pan Alley songs te leveren aan
gevestigde artiesten en toch mijn best te doen om een fatsoenlijk
nummer te schrijven. En die mannen gingen meteen akkoord. 't Is
ook goed meegevallen. Ik ben er heel enthousiast over.
Had
je vroeger al eens iets in het Nederlands geschreven?
Mauro: Ik werk soms met Kris De Bruyne en die
heeft me wel een en ander geleerd. Ik heb thuis een aantal Nederlandstalige
nummers liggen. Nu, ik weet ook wel hoe er in mijn kringen tegen
De Kreuners wordt aangekeken, maar het onderscheid maken tussen
goed en fout in muzikale zin vind ik toch eerder iets voor eeuwige
tieners en voor de lifestyle-pers, daar kan ik me echt niet mee
bezighouden. Als ik ook maar de kleinste opening zie om toch iets
goeds te maken, in welke omgeving dan ook, grijp ik mijn kans. En
als ik er ook nog eens iemand mee kan jennen, is dat natuurlijk
mooi meegenomen, dat moet ik wel toegeven.

Hoe begin je eigenlijk aan een song voor De Kreuners? Door
eerst hun platen nog eens te beluisteren?
Mauro: Wel, ik vind Er sterft een beer in de
taiga en 's Nachts beter dan buiten twee schitterende
Nederlandstalige platen. Daarom vond ik het een opwindend idee om
een song voor hen te schrijven. Ik heb trouwens ooit iets meegemaakt,
waar De Kreuners toevallig mee te maken hadden, en dat ik nooit
vergeten ben, Ik weet het nog heel goed: ik moet een jaar of dertien,
veertien geweest k zijn. Het was zomervakantie en ik fietste met
een vriend door Heusden-Zolder. In parochiezaal Ons Huis was een
soundcheck bezig. We stopten, zetten onze fiets tegen de muur en
keken door het raam naar binnen. Ik zag Walter Grootaers rondlopen.
De Kreuners zouden er die dag namelijk optreden. Op een bepaald
moment zie ik binnen een griet aan een tafeltje zitten, echt één
van de knapste grieten die ik ooit in mijn leven heb gezien. Een
nogal extravagant type met pikzwarte lange haren, duidelijk een
vrouw uit de stad. Voor provincialen als wij kwam zij echt uit een
andere wereld. Ik vond dat waanzinnig fascinerend. Ik had een vermoeden
dat er zich achter dat glas een wereld bevond die voor mii was bestemd.
Dat is me altijd bijgebleven. Toen ik dat nummer voor De Kreuners
aan het maken was, zat ik daarmee de hele tijd in mijn achterhoofd.
Ik heb het ook aan die gasten verteld. Waarop zij: was dat uw lief?
Nee, dat was uw lief, zeker! Of die van u?
Niet dat we je fantasie willen bezoedelen, maar voor hetzelfde
geld was het Ben Crabbé met een bos lang haar.
Mauro: Wie zal het zeggen? Ik bedoel maar: dat
verklaart een beetje mijn motivatie. Ik heb een soort mystieke band
met De Kreuners. Ik zou bijvoorbeeld ook wel eens een nummer voor
Clouseau willen schrijven, maar daar heb ik niet dadelijk een band
mee.
Als het nummer een hit wordt, zullen ze natuurlijk wel met
zijn allen tegelijk bij je aan de telefoon hangen: de foutste groepen
wellicht eerst.
Mauro: Graag. Laat ze maar komen. Stel je voor:
het zou nog lucratief zijn ook.
Je ziet het wel zitten om bij wijze van bijverdienste de
Carole King van de Belgische rock te worden?
Mauro: Zeker weten. Laat het maar allemaal hits
worden. Ik zou wel weten wat ik met mijn royalties moet doen. Ik
zou direct een driedubbele cd-box met mijn oude songs uitbrengen.
Ongeveer tegelijk met die Kreunerssingle komt er - helemaal
aan de andere kant van het spectrum - een
zeer experimentele plaat van jou uit: 'Secret guitar'.
Mauro: 't Is een plaat met gitaarimprovisaties,
een beetje in de free improv-sfeer. Het is een soort etnisch Belgische
improvisatiemuziek, mocht iemand zich daar iets bij kunnen voorstellen.
Die plaat verschijnt op vijfhonderd exemplaren en alleen op vinyl.
Ik breng ze onder mijn volledige naam uit: Mauro Antonio Pawlowski.
Klinkt lekker pretentieus, hé (lacht). Binnenkort komt er
ook een plaat uit van Monguito, een free improv-trio waar ik ook
in zit. Op driehonderd exemplaren, op weer een ander labeltje. De
toetsenman van de groep is een Argentijn, en hij vertelde dat er
begin de jaren '80 in Argentinië een rip off remake van E.T.
is gemaakt. In die Argentijnse film heette het buitenaardse wezentje
Monguito. Het kwam namelijk van de planeet Mongo (lacht).
Die experimentele muziek is voor jou veel meer dan zo maar
een spielerei.
Mauro: Ik ben er al van mijn tiende mee bezig.
Ik heb echt een hoop tapes. Met Monguito brengen we ook regelmatig
cassettes uit. Er zijn toch flink wat mensen met dat soort muziek
bezig, hoor. 't Is ook geen scène die bewust ondergronds
wil blijven. Die muziek is een aparte taal. En je moet die taal
toch een beetje willen leren om ervan te kunnen genieten.
Met experimentele muziek wil je net hetzelfde bereiken als met een
gewone popsong: je wil de ziel van de luisteraar beroeren, zij het
met een andere taal. Zoals iedereen wel weet kan muziek een enorme
invloed hebben. Een stoeme popsong kan je zeer diep raken. Voor
experimentele muziek geldt net hetzelfde. Ook die muziek kan je
heel intens beroeren. Ik heb me er altijd instinctief toe aangetrokken
gevoeld. Dat begon al met Captain Beefheart: dat sprak me meteen
aan. Van Beefheart evolueer je naar hedendaagse klassieke muziek,
en zo kom je weer bij andere dingen uit.
Heeft het genre ook een officiële naam?
Mauro: Het heet eigenlijk free improvisation.
De grootmeester van de free impro-gitaar is een zekere Derek Bailey.
Die mens moet nu bijna tachtig zijn, maar hij is echt de grote spilfiguur.
Iemand als Thurston Moore is ook belangrijk voor de scene: hij is
zo'n beetje een tussenfiguur tussen pop en experiment. Ik zie het
genre als een verre uitloper van de jazz, de traditie van individuele
instrumentalisten die samenkomen en met elkaar musiceren. 't Is
even divers als ieder ander genre: je hebt grote en kleine bezettingen,
een Europese en een Amerikaanse scène. 't Is echt een aparte
planeet.
Is er ook een wisselwerking tussen je free impro-exploten
en je gewone rock-actiniteiten of hou je die twee werelden strikt
gescheiden?
Mauro: Het vloeit toch wel op de een of andere
manier over. Het is wellicht niet aan mijn muziek te horen, maar
het heeft zeker een invloed op mijn attitude als rockmuzikant.
Als er morgen op de één of andere manier toch
weer een dik platencontract uit de lucht zou komen vallen, zou je
dan nog eens willen proberen om internationaal iets te forceren?
Of is dat toch vooral iets voor als je jong, onbesuisd en eenentwintig
bent?
Mauro: Dat is toch vooral iets dat je moet doen
als je
éénentwintig bent, ja. Maar je weet natuurlijk nooit
wat er met je plaatje gebeurt, zelfs al is het maar op vijfhonderd
exemplaren geperst. Ik ga natuurlijk ook weer geen dure studio's
en geniale producers ontwijken, puur uit principe. Laat maar komen,
zou ik zeggen. Het ene zal het andere wel met zich meebrengen, zoals
nu ook is gebeurd. In welke situatie je je ook bevindt, je kan er
altijd wel iets van maken. Wat ik vooral niet ga doen, is af en
toe een traantje wegpinkend zitten kniezen in een hoekje.
De Evil Superstars leken op een bepaald moment echt potten
te kunnen breken. Verlang je daar niet naar terug, als je eenmaal
dat gevoel hebt gekend?
Mauro: Nee, want wijzelf hebben dat gevoel nooit
gekend. Dat wordt ervan gemaakt, wat heel amusant is, maar zelf
hebben we het nooit zo bekeken. Op een gegeven moment hadden we
iets van: zullen we er maar mee stoppen? Ga jij, Tim, maar met je
fantastische nummers de baan op. Het wordt tijd, anders komt er
toch niks van. En toen kregen we telefoon van Trent Reznor (van
Nine Inch Nai/s, red.): wij willen jullie plaat uitbrengen op mijn
label en er een hoop poen inpompen en bla-bla-bla... En wij zeiden:
nee, sorry. Net te laat! Als je vorige week had gebeld, bestonden
we nog. Ze vroegen of we eventueel weer bij elkaar wilden komen.
Nee waarom, zeiden wij: op naar nieuwe avonturen! Ik heb er ook
geen moment spijt van gehad. Je hebt iets van: en wat gaan we nu
doen? Het maakt niet uit wat, als het maar iets anders is. Eender
wie belt: de paus of Trent Reznor (lacht).
Het klinkt misschien raar, maar het heeft alles te maken met de
manier waarop je met muziek bezig bent: het was en het is nog steeds
veel meer dan lifestyle voor mij. Het is iets anders, iets hogers:
het is religie. 't Is een beetje hysterisch uitgedrukt, maar het
klopt wel. Het één vloeit uit het andere voort. Het
zou bijvoorbeeld maar een flauwe, paniekerige zet geweest zijn om
een classic rock-plaatje op te nemen als een soort lifestyle-statement.
Met de nieuwe groep zit de kans er toch wel in dat ik in de trend
van het moment verzeild raak: het is allemaal nogal snel, hectisch
en trashy. Dus wie weet, we zullen zien. 't Is altijd hetzelfde
als ik iets uitbreng: ofwel is het resultaat zeer goed, ofwel maak
ik me compleet belachelijk. Ofwel allebei tegelijk. Wat eigenlijk
ook wel cool is (lacht).
Heer Pawlowski, wij hebben er alle vertrouwen in.

|