| Mennes, Vekeman en Pawlowski smokkelen testosteron in Geletterde Mensen __________________________________________ |
| Taken from De Standaard 16 April 2004 |
Inge Schelstaete BERCHEM - Drie jongens op een podium. Het testosteron is nooit uit de lucht. Er wordt gestreefd naar rock-'n-roll. Maar omdat Paul Mennes, Christophe Vekeman en Mauro Pawlowski ook Geletterde Mensen zijn, is het woord machtiger dan de pose en de postmoderne grapjes. WAT hebben Marilyn Manson en Janet Jackson gemeen? Dat ze alletwee cool proberen te zijn, en daar precies om die reden jammerlijk in falen. Ook Christophe Vekeman en Paul Mennes, bezorgd om niet als watjes over te komen, proberen dat in deze Geletterde Mensen-tournee net iets te hard. Ze hebben dan ook niet het geluk Mauro Pawlowski te zijn, een mens die maar moet opkomen met een gitaar, en dan met alles wegkomt - zelfs met een cover van Kate Bush. Die cover van ,,Babushka'' klonk nog gevaarlijk ook: misschien lag het aan de ultratrage versie, of aan het Amerikaanse accent dat Mauro even in de mond nam. Zijn ze dan niet cool, Vekeman en Mennes, aaibaar zijn ze wel. Het heeft wel wat, twee jongetjes die zo hard proberen om stoer te zijn. Ik kan me niet voorstellen dat ze irriteren, tenzij bij een toeschouwer die alle herinneringen aan zijn jonge jaren met enig succes uit zijn geheugen heeft gebannen en dus nooit meer zijn best hoeft te doen. Ze hebben het ook zoveel minder makkelijk dan Pawlowski: zonder gitaar en versterker moeten ze het publiek te lijf, alleen gewapend met spiekbriefjes en een grote bek. Die grote bek hebben ze met elkaar gemeen. Het is een onwaarschijnlijke tweeling: Vekeman in zijn witte jeans en spierballenshirtje naast Mennes in zijn zwarte pak. Toch zouden ze qua attitude broertjes kunnen zijn. Mennes zou de betere voorlezer zijn, met zijn ronkende intonatie, maar hij spreekt ,,toren'' als ,,teuren'' uit en ,,Schelde'' als ,,Schilde'', en dat stoort toch wel na een poosje. Bovendien is het een Houten Klaas die stijf achter zijn kathedertje blijft staan. Vekeman is de betere acteur en heeft meer gevoel voor ritme. Hij debiteert heupwiegend en is niet bang om te fluisteren of te janken. Het is een intrigerend duo om te bekijken. Links op de scène, meestal in het halfduister, zit de zwijgende gestalte van Pawlowski. Ook die hou je in de gaten. Je weet maar nooit of hij opeens in een gitaarriff zal uitbarsten, zoals in het derde bedrijf, telkens de sprekers elkaar afwisselen. Dat het om het derde bedrijf gaat, zie je aan de streepjes licht die de ontwerper Hugo Moens op het spaarzame decor laat projecteren, en die op het einde van de voorstelling een klein tralievenstertje vormen.HOE schrijven schrijvers die niet te soft willen overkomen? Ze zetten zichzelf in de zeik. Of ze hebben het over hun onbereikbare aspiraties. Vekeman: ,,Ik zou liever apathisch zijn.'' De moedeloosheid ligt altijd op de loer. Mennes: ,,Vandaag is het zondag. Het is altijd wat.'' Soms is de balorigheid gedateerd, zoals wanneer Mennes het over Jomanda heeft - een gebedsgenezeres die jaren geleden even furore maakte - of opmerkt ,,Het donderde ook niet'' of het heeft over ,,schorem dat op de planeet rondbanjert''. Het probleem met stoerschrijverij is dat ze vlug belegen wordt. Een beetje als een provopamflet, waarin je je nu verkneukelt over de beperkte houdbaarheid van uitdrukkingen en begrippen die ooit ongelooflijk hip en belangrijk waren. Maar misschien dondert het Mennes niet, of zijn werk een lange houdbaarheidsdatum heeft, en dat is natuurlijk zijn goede recht. Er valt, mocht het uit het voorgaande nog niet duidelijk zijn geweest, heel wat te lachen met Mennes, Vekeman en Pawlowski. Het publiek kan met zwarte humor overweg en hoeft dus niet besmuikt te zitten lachen als Vekeman de redenen opsomt waarom de hele familie zijn broertje Joachim haatte (,,Ik haatte hem, omdat hij een broer had waarop hij trots kon zijn'') en hoe ze Joachim uit de weg ruimen. Mauro brengt de draak ,,The power of love'' van Frankie Goes to Hollywood zonder een zweem van ironie, en ook dat is grappig. Maar ,,Corruption'' uit de cd Black Europa maakt indruk, net zoals Mennes' verhaal ,,A quoi ça sert l'amour'', over zijn liefde voor de jongen Morfine, uit Web. Dat ze meer zijn dan pose: het trio hoeft er zich niet om te schamen. Mennes, Vekeman en Pawlowski geven Geletterde Mensen vaart en venijn. En een beetje attitude. Naar de eeuwigheid lonken ze niet - maar dat is als bezigheid dan ook terminaal uncool. Gezien in CC Berchem op 13 april. Nog op 21 april, Schouwburg, Leuven; 22 april, Casino Modern, Genk; 23 april, Vooruit, Gent; 24 april (om 19 uur!), PSK, Brussel. Info: 03-272.40.41. www.begeerte.be
|