'Er zit helemaal geen lijn in mijn evolutie'

__________________________________________


Taken from De Financieel-Economische Tijd

30-01-2004

Tom Peeters

Mauro Pawlowski heeft nieuwe band en nieuwe cd

De zanger-muzikant-duivelbezweerder Mauro Pawlowski heeft een nieuwe begeleidingsband: The Grooms. Live spelen ze opnieuw nummers van Evil Superstars. 'Holy Spirit Come Home' is er één van. Het voelt een beetje aan als thuiskomen. Net zoals de nieuwe cd. Voor Pawlowski doet 'Black Europa' dienst als talisman.

Twee nuchtere vaststellingen. Eén: de cd klinkt erg strak. Twee: dat vertaalt zich in een nog veel strakkere liveset. De concentratie is af te lezen van de gezichten van The Grooms. Herman Houbrechts drumt, zoals in de hoogdagen van Nemo, met zijn mond wagenwijd open. Mauro Pawlowski: 'Herman is eigenlijk Leland uit 'Twin Peaks'. Hij moet alle geesten en demonen kunnen inademen om met zijn drumstokken elektriciteit te fabriceren. Nee serieus, deze muziek vraagt een heel strenge benadering. Het mag natuurlijk niet zo overkomen, maar het is een mechanisch radarwerk. The Grooms zijn als een squadron: iedereen heeft zijn specifieke functie. Er mag ook niet te veel beweging zijn, behalve dan van de zanger. Die moet een pact sluiten met het publiek, en bezegelen. Die moet het vuur laten overslaan.'

Toen uw soloplaat 'Songs From a Bad Hat' uitkwam zei u: 'Ik heb eindelijk een menselijk gelaat getoond. Ik was het beu dat men mij als een typetje zou blijven beschouwen.' Hebt u, nu de bezetenheid opnieuw de kop opsteekt, geen schrik dat die karikatuur opnieuw wordt gemaakt?

Mauro Pawlowski: 'Toen reageerde ik heel intuïtief. Ik voelde aan dat er een evolutie moest komen. Hoe die er precies uit moest zien, wist ik niet. Lompweg omschreef ik ze als 'schrik om een typetje te zijn'. Achteraf gezien was dat misschien niet de echte reden. Ik was gewoon ouder geworden, veranderd ook, en de muziek volgt, noodgedwongen. Dat menselijke gelaat had vooral te maken met het feit dat 'Songs From a Bad Hat' een aangepastere taal sprak. Die vervaagt nu opnieuw.'

In het slotnummer van 'Black Europa' zingt u: 'I'm tired of being young'. Heeft jong zijn dan zoveel nadelen?

Pawloswki: 'Dat nummer is een ode aan meesters in ravage. Ik ben ongeduldig, en het frustreerde me dat ik de mentale leeftijd om een verfijnde vorm van agressie te gebruiken nog niet bereikt had. Dat ik nog niet goed besefte hoe je je destructieve kwaliteiten kan aanwenden om goede muziek te maken en een goed artiest te zijn. En dan wil je in een sarcastische bui wel eens zo'n nummer schrijven. Als piepjong muzikant heb ik me er echt ingestort. Ik wilde het snel allemaal weten.'

U bent een autodidact, en toch kreeg u vrij vlug onder de knie waar anderen jaren op moeten oefenen. Dat technische vermogen om muziek te maken, vanwaar komt dat?

Pawlowski: 'Ik heb geen plan. Er zit zelfs helemaal geen lijn in mijn evolutie. Het is alsof mijn schaduw me onbewust altijd naar de volgende fase leidt. Ik kan het alleen maar omschrijven in religieuze termen. Ik denk dat mijn muziek een soort van offer is - hier ben ik, bliksem mij neer met vuurtongen en laat me voelen wat goede muziek is. Ik kan het moeilijk omschrijven als niet-academicus, maar het heeft niet alleen met instinct te maken. Techniek is erg belangrijk, en veel nadenken, voorzichtig zijn, wat je doet ernstig nemen.'

U speelde een kerstconcert samen met Willy Claes, wel een academicus en heel virtuoos in zijn muziekbeleving. Hoe reageerde hij toen u hem voorstelde een nummer van Joy Division te spelen? Herkent hij die taal?

Pawlowski: 'Ik denk van wel. De muziek kent hij natuurlijk niet, maar hij vatte de sfeer. Ik moest die aanvankelijk natuurlijk wel vertalen. Over dat nummer (Shadowplay) zei ik: 'Denk Darius Milhaud, Poulenc, Debussy, Ravel, impressionisme. Denk variatie. Denk soberheid.' En dan had hij het natuurlijk dadelijk door. Dan snapte hij de ziel van de muziek. Ik voelde vrij vlug dat we elkaar begrepen, ondanks onze verschillende afkomst en aanpak.'

U werkte het voorbije jaar wel vaker samen met niet-generatiegenoten, rijker in jaren. U sloot zich aan bij het Antwerpse performancegezelschap Club Moral, ging op tournee met Kris De Bruyne en liet Luc van Acker u nieuwe cd mixen.

Pawlowski: 'Da's best vreemd, want eigenlijk overkomt het me niet vaak dat het echt klikt met mensen uit een oudere generatie. Club Moral was thuiskomen voor mij. Er ontstond heel snel een sterke relatie met Anne-Mie Van Kerckhoven en Danny Devos. Die was er al met Kris De Bruyne. Luc Van Acker weerspiegelde in mijn ogen een periode in de Belgische muziek - de jaren '80 na de punkgolf - waarin ik mijn eigen situatie herken. Er is geen geld om een cd te maken, maar wel inspiratie en wil. Dus trekken we onze plan met de middelen die we hebben. Van Acker perste ook zelf zijn platen, net als ik nu via mijn eigen label Future Archive Networks. Het grappige is dat de nieuwe plaat redelijk industrial klinkt. Dat is niet per se Lucs verdienste, maar eerder te wijten aan de beperking in tijd en middelen. Daarom ben ik ook gek op debuutplaten. Ik probeer altijd opnieuw een debuutplaat te maken. De mensen zeggen dan: 'Beloftevol. Onthoud die naam. Daar ga je later nog van horen.' (lacht)

U speelt vanavond op De Nachten mee in het gelegenheidsgroepje van Alex Chilton, de legendarische frontman van Big Star. Maar fan Pascal Deweze moest hem wel eerst uit zijn isolement halen. Zijn invloedrijkste albums maakte hij jaren geleden.

Pawlowski: 'Op hogere leeftijd opgerakeld worden uit de vergetelheid vind ik helemaal geen kaakslag. Als je constant in de 'picture' wil blijven, moet je een serieuze geldingsdrang hebben. Je bent dan haast verplicht je 'lifestyle' te cultiveren. Als je alles op zijn natuurlijk beloop laat, dan kom je automatisch in een ander circuit terecht. De Frank Black van na de Pixies is een goed voorbeeld en een rolmodel. Die aanvaardt zijn huidige situatie. Zijn 'lifestyle' doet er niet toe, wel het feit dat hij zijn persoonlijke verhaal kan blijven vertellen.'

Is muziek maken voor u therapeutisch?

Pawlowski: 'En of. Muziek maken voedt het echte leven en vice versa. Ik ben misschien een controlefreak, maar alleen wat oppervlakkige dingen als 'hoe organiseer ik mijn groep' betreft. In het echte leven kan ik pas beginnen werken als het uit de hand loopt en ik controle verlies. Dat moet ik dan even kunnen bezweren met mijn muziek, waarna ik rust neem tot ik weer controle verlies_ en zo blijf ik bezig. Eigenlijk is mijn leven een constante bezwering. Af en toe moet er natuurlijk gewerkt worden. We gaan niet flauw doen. Er is altijd wel iemand die me motiveert. Een interessante griet, bijvoorbeeld. 'Make It Complicated' gaat daar inderdaad over. Een man vindt het leven te saai en gaat op zoek naar problemen. Ik moet dat natuurlijk in een verhaaltje gieten en mezelf een valse snor opplakken. Maar die autobiografische vonk moet er zijn. Voor de rest fantaseer ik er graag op los en maak ik me weleens interessanter dan ik ben. Maar als die vonk er is, dan ben ik vertrokken, dan schrijf ik als het moet een conceptplaat over necrofilie.'