| De Kreunkrant __________________________________________ |
| Taken from De Kreunkrant |
|
Wat dan te denken van een man als Mauro Pawlowski, die niet alleen muziek speelt bij zodanig veel groepen, projecten, combo's en los-vaste samenwerkingsverbanden, dat niemand nog de moeite doet om de tel bij te houden, maar daarnaast ook nog de tijd vindt om op tournee te trekken met ‘Geletterde Mensen' en om in videoclips van Magnus de grenzen tussen method acting en pornografie af te tasten? Op maandag 22 december, toen de eerste sneeuwvlokjes van deze winter naar beneden dwarrelden, had ik in zijn woonplaats Antwerpen een afspraak met dit genie in timemanagement. Pas nadat ik hem een uur had uitgehoord over zijn muziek, wou hij me zijn geheim verklappen: ‘Ik heb thuis een team van gebodypainte dwergen rondlopen dat al mijn werk doet. Je denkt toch niet dat ik al die platen zelf heb ingespeeld?' Maar eerst gaf hij ook nog een antwoord op deze vragen: Je hebt de afgelopen tijd enorm veel verschillende muziekgenres beoefend, variërend van country bij Chitlin' Fooks, over kleinkunst met Kris Debruyne tot zelfs hiphop bij 't Hof Van Commerce. Zijn er eigenlijk muziekstijlen waar je je nooit aan zou wagen? Mauro Pawlowski : “Ik denk niet dat er genres zijn waar ik me nooit aan zou wagen, maar er zijn natuurlijk wel veel mensen waar ik me nooit aan zou wagen .” (lacht) Laat mij eens een paar voorbeelden geven. Ik heb hier een aantal genres genoteerd. Gospel? Mauro Pawlowski (enthousiast): “Oh ja! Gospel zeker! Ik ben een grote beoefenaar van gospel. Af en toe zing ik zo'n nummer in mijn set en ik heb ook best veel gospelplaten. Begrijp me niet verkeerd, met gospel bedoel ik natuurlijk niet ‘Up with people' of zo. Mijn laatste gospelaanwinst is een plaat die op Folkways records verschenen is, één of ander baptistenkoor uit Amerika en dat vind ik wel zeer goed.” Black metal? Mauro Pawlowski : “Zeker de Noorse. Ik heb een paar Burzum-platen en ook van Levithan heb ik iets liggen. Black metal is een heel interessant genre, alleen spijtig dat er zoveel extreem rechts volk in die milieus vertoeft. Maar de muziek en de folklore boeien me wel. Er is trouwens een heel goed boek over black metal dat ik iedereen kan aanraden: ‘Lords of Chaos' heet het.” Het volgende genre: gabberhouse? Mauro Pawlowski : “Ik ben ooit een gabberwinkel binnengestapt en heb tegen de verkoper gezegd: ‘Geef mij maar wat van uw vettigste gabber' en toen ben ik toch met een aantal interessante maxi's van het Mokum-label weer naar buiten gegaan. Ik moet wel toegeven dat ik met gabber minder vertrouwd ben dan met gospel of black metal.” Folk misschien? Mauro Pawlowski (nog altijd even enthousiast): “En of! Er is een maand geweest waarin ik haast naar niks anders luisterde dan naar Britse folk zoals Pentangle en Fairport Convention. Prachtig!”
Maar heb je ook plannen om zelf eens iets in die genres te doen? Mauro Pawlowski : “Folkmuziek wil ik zeker ooit eens maken, ja. Ik was eens op Dranouter omdat ik met Novastar één liedje moest meespelen en toen is het me opgevallen hoeveel goede folkgroepen er wel niet zijn. Ik stond voortdurend zweterig het programmaboekje te doorbladeren om na te gaan waar al die bands vandaan kwamen. Op zo'n festival wil ik absoluut zelf nog eens spelen.” Hoe moet ik mij jouw dagen concreet voorstellen? Beslis jij bijvoorbeeld om op maandagmorgen wat industrial te spelen en in de namiddag dan wat freejazz? Of werk je meer in periodes? Mauro Pawlowski : “Nee, dat loopt allemaal door elkaar. Weet je, ik beslis dat zelf niet, eigenlijk ben ik gewoon een meeloper. De mensen zien mij bij wijze van spreken op straat wandelen en vragen: ‘hé, zullen we samen wat muziek maken', ik zeg ja en dan speel ik gewoon mee. Maar daarnaast werk ik natuurlijk ook wel vlijtig aan mijn eigen carrière. Ga je soms ook op zoek naar welbepaalde muzikanten voor een nieuw genre dat je per se eens wil uitproberen? Mauro Pawlowski : “Af en toe gebeurt dat wel eens, ja. Zo zou ik heel graag eens een echte progrockplaat maken; je kent dat wel, met nummers van minstens achttien minuten zoals op ‘Close to the edge' van Yes. Spijtig genoeg zijn er niet zoveel mensen in dat soort muziek geïnteresseerd… Maar nu wil het toeval dat Craig Ward, de dEUS-gitarist die nu opnieuw in het land is, ook een echte progfan is en met hem zou ik toch wel een progrockband willen oprichten.” Je bent actief onder enorm veel verschillende namen. Is dat geen nadeel? Mauro Pawlowski : “Dat is echt een heel groot nadeel. Het beste wat ik kan doen, is alles uitbrengen als ‘Mauro Pawlowski', maar ik vind het gewoon te lollig om steeds weer nieuwe namen te blijven verzinnen.” Vorig jaar wou ik in Ieper gaan kijken naar een concert van Shadowgrapic City, jouw band met Pascal Deweze en Carol Van Dyk, maar het was afgelast wegens een gebrek aan belangstelling. Is dat geen logisch gevolg van al die verschillende groepsnamen? Veel mensen weten gewoon niet meer dat jij het bent . Mauro Pawlowski : “Ja, dat kan best zijn. Misschien moet ik mezelf wel wat beginnen intomen, maar dat is moeilijk. Om je een voorbeeld te geven: tijdens mijn volgende concert als Somnabula, mijn meest recente alter ego, zal ik die op het podium laten sterven, waarna hij zal verrijzen als ‘Otot'. Vanaf dan zal ik niet meer als Somnabula optreden, maar als Otot. Lang leve Otot!” Dat klinkt veelbelovend, maar het maakt er de zaken niet bepaald makkelijker op. Mauro Pawlowski : “Otot is Toto, maar dan achterstevoren geschreven. Één van zijn nummers zal dan ook ‘Acirfa' heten. Het is ook de bedoeling dat die hele wedergeboorte als plaat zal worden uitgebracht. Maar wat ik dus eigenlijk wou zeggen, is dat ik die pseudoniemen zelf bijna niet meer in de hand heb. Je houdt het echt niet voor mogelijk hoe ik soms in allerlei waanzinnige situaties verzeild raak.” Een bijkomend nadeel is dat je met elk nieuw alter ego met een volledig nieuw repertoire op de proppen moet komen. Je kunt niet optreden als je maar twee en een half nummer hebt. Mauro Pawlowski : “Dat is inderdaad wel klote, want als ik geprogrammeerd sta onder een bepaalde naam, zal ik nooit nummers spelen die ik onder een ander pseudoniem heb uitgebracht. Het gevolg is dat ik voortdurend nieuw materiaal moet schrijven en daardoor heb ik dus de reputatie van hardwerkende rocker gekregen. (lacht) Maar de mensen begrijpen niet dat ik gewoon niet anders kan, het is ‘van moeten'. Ik denk trouwens dat ik als Otot ook geen Somnabula-nummers meer ga spelen.” Voor veel artiesten zijn plaatsen en sferen een bron van inspiratie, maar bij jou lijken dus vooral namen en mensen van belang te zijn. Mauro Pawlowski : “Ja, dat klopt wel.”
Hoe moeten we in dat kader de samenwerking met Willy Claes zien? Hoe is dat kerstconcert eigenlijk verlopen? Mauro Pawlowski : “Het is een geslaagd optreden geworden. De samenwerking is volledig zonder problemen verlopen. Ik had hem op voorhand een cassette gegeven met een aantal songs die ik wou spelen –nummers van onder andere Bob Dylan en Frankie goes to Hollywood– en die heeft hij netjes ingeoefend. We hebben allebei ons best gedaan, het was wel geslaagd te noemen. Niet fantastisch, maar wel geslaagd.” Zijn er veel repetities voorafgegaan aan dat optreden? Mauro Pawlowski : “Slechts twee. Je moet weten dat die man echt heel druk bezet is. Hij is nu op kersttournee met Marco Bakker en daarnaast moet hij, als gewezen secretaris-generaal van de NAVO, natuurlijk voortdurend zijn mening geven bij wat er allemaal gebeurt in de wereld. Toen wij aan het repeteren waren, werd hij bijvoorbeeld opgebeld door de BBC. Saddam Hoessein was die dag net ‘opgegraven' en hij moest daar zijn commentaar bij geven.” Je hebt muziek gemaakt als ‘Mauro', als ‘Mauro Pawlowski' en onlangs ook als ‘Mauro Antonio Pawlowski'. Worden die platen dan ook steeds persoonlijker? Mauro Pawlowski : “'Secret Guitar', de plaat die ik als Mauro Antonio Pawlowski heb uitgebracht behoort inderdaad tot het persoonlijkste dat ik tot nog toe gemaakt heb. Maar ik maak ook gewoon graag variaties op mijn naam. Ik ga zeker ook nog cd's uitbrengen als Mauro P. of als M. Pawlowski.” ‘Swamps of simulation', de Somnabula-plaat heb je grotendeels thuis opgenomen, maar je hebt ook al in befaamde studio's gewerkt. Wat is nu de meest interessante manier van werken voor een artiest? Mauro Pawlowski : “Beide vind ik interessant: gewoon ‘fieldrecordings' en dingen bij mij thuis maken is tof, maar af en toe eens in een high budget studio zitten is ook fantastisch.”
Wat mis je het meest als je bij je thuis opneemt? Mauro Pawlowski : “Vooral de professionele microfoons en een goede opnameruimte. Thuis kan ik trouwens helemaal geen lawaai maken, die huizen in Borgerhout zijn niet bepaald fameus geïsoleerd. Al dat geschreeuw van Somnabula heb ik dus al fluisterend moeten opnemen; ik zal dat eens voordoen. (Demonstreert zijn ‘fluisterschreeuwtechniek') : ‘Aaaah! Riding the beast with a black…' Luider dan dat kan ik niet gaan, anders schaam ik me dood.” Nog zoiets dat ik niet begrijp: waarom willen al die muzikanten in een stad gaan wonen, terwijl je er helemaal niet luidruchtig kan zijn? Op het platteland zijn er toch veel meer plekken waar je ongebreideld kabaal mag produceren? Mauro Pawlowski : “Ja, dat is waar. Zo'n repetitiehok te midden van allemaal velden, dat is ideaal… Maar ik ben noodgedwongen naar Antwerpen moeten verhuizen; in Heusden-Zolder waren alle leuke vrouwen al getrouwd, terwijl er hier nog een heel pak knappe grieten rondlopen die single zijn (schatert) . Je moet zo'n dingen tegen elkaar afwegen.”
Ben je zelf ook een beetje een technicus geworden, nu je ook helemaal alleen nummers hebt opgenomen? Mauro Pawlowski : “Ik probeer om een technicus te worden, maar dat valt me heel zwaar. Ik heb er gewoon niet het juiste temperament voor. Als een technicus een statief moet verplaatsen, dan moet hij dat met een zekere rust doen. Ik heb dat geduld niet; ik sjot zo'n ding gewoon van de ene kant van de kamer naar de andere. Iemand als Pascal Deweze is zich nu wel heel sterk aan het verdiepen in opnametechnieken en beetje bij beetje leert hij me ook wel hoe het moet. Maar ik boek jammer genoeg niet bepaald snel vooruitgang op dat gebied.” Iets helemaal anders nu: zijn er bepaalde muzikale invloeden die volgens jou duidelijk in je werk te horen zijn, maar die door journalisten altijd al over het hoofd gezien zijn? Mauro Pawlowski : “Goeie vraag… (denkt lang na) Gospel, natuurlijk. Gospelelementen en andere religieuze invloeden, die worden zelden opgemerkt. Mijn kerstoptreden met Willy Claes was nochtans toch duidelijk in de religieuze sfeer te situeren en ook in mijn teksten zitten er wel verwijzingen naar godsdienst. Ik zou ook graag eens met een koor optreden. Waar wacht Scala eigenlijk op om mij te bellen?”
Je hebt Humo's Rock Rally gewonnen toen je ongeveer 23 jaar was. Vind je dat er een leeftijd staat op het spelen van rock? Kan je daar te oud of te jong voor zijn? Mauro Pawlowski : “Nee, ik vind van niet. Het zou zelfs te gek zijn als iemand op zijn zestigste plots besluit om luide rock te gaan spelen, nadat hij zijn hele leven daarvoor alleen maar op een klavecimbel muziek gemaakt heeft. Ieder heeft zijn eigen moment waarop hij met rock kan beginnen.” Dus die tienjarigen van X!NK, die ons land vertegenwoordigd hebben op ‘Eurosong for kids' en die van zichzelf beweren dat ze zware punkrock maken, die zitten goed? Mauro Pawlowski : “Ik weet wel wie ze zijn, maar ik ken hun muziek niet echt, omdat ik altijd met een koptelefoon naar cd's luister terwijl ik naar tv kijk, maar ik denk wel dat die mannen goed bezig zijn, ja.”
Hoe zie je jezelf als tachtigjarige muzikant? Mauro Pawlowski (schatert) : “Ook bij Eurosong for kids waarschijnlijk, of nee, (komt haast niet meer bij) : bij Eurosong for ‘kinderlijken', in beide betekenissen van het woord.” (Het interview wordt een kleine vijf minuten onderbroken om Mauro de kans te geven om even weer op adem te komen na zijn lachstuip.) Hecht je veel belang aan instrumenten? Kan ook dat een bron van inspiratie zijn? Mauro Pawlowski : “Ja, heel zeker. Elk instrument heeft zijn eigen karakter. Als ik een welbepaalde gitaar vastpak, dan zal ik daar op een welbepaalde manier op spelen. Met synthesizers is dat net hetzelfde. Klanken zijn heel belangrijk voor mij en materiaal vormt dus zeker een bron van inspiratie. Neem nu de sound van The Grooms, die is volledig gebaseerd op een chorus-effectpedaaltje en een drumcomputer van Doctor Boss. Twee onnozele apparaatjes met veel beperkingen en toch bepalen die de complete klank van mijn nieuwe plaat.”
Mauro Pawlowski : “Ik vind alles even belangrijk, maar de meeste mensen voelen dat niet zo aan. Die denken dat ik naast The Grooms maar wat aanmodder, terwijl dat helemaal zo niet is. Ook ‘Secret guitar' is een belangrijke plaat.” Maar ‘Secret guitar' is wel maar op 600 exemplaren geperst. Daarmee kan je onmogelijk de massa's bereiken . Mauro Pawlowski : “Nee, maar er zijn misschien wel bibliotheken waar je die plaat kan vinden en je kunt ze natuurlijk ook gewoon kopiëren. Ik vind ‘Secret guitar' zeker niet minder belangrijk dan The Grooms… of Otot” Doe je dan niet bewust aan mythevorming door bepaalde platen bij wijze van spreken maar op drie en een half exemplaar uit te brengen? Mauro Pawlowski : “Aan mythevorming doe ik niet mee, ik speel gewoon open kaart. Ik doe me niet interessanter of –erger nog– oninteressanter voor dan ik ben. (lacht) Kijk, ik ben een gewone pummel uit Limburg. Jij stelt me een paar vragen en ik antwoord daar heel eerlijk op. Meer is er echt niet, maar sommige mensen schijnen dat blijkbaar niet te kunnen geloven.” Mauro Pawlowski : “Nee, zo zal men mij altijd wel blijven zien.” Dus is het in feite belangrijk om je carrière te beginnen met iets waar je aan herinnerd wil blijven worden… Mauro Pawlowski : “Ja… Je kunt natuurlijk ook je carrière beëindigen met iets waar je liever niet aan herinnerd wil worden, dat kan ook interessant zijn, maar om nog eens op je vraag terug te komen: Evil Superstars was het eerste bandje waar ik in speelde, ik heb daar wel goede herinneringen aan, ja. Maar sindsdien is er toch wel veel veranderd, ik ben een compleet ander mens geworden. En dan doel ik niet alleen op mijn kapsel, dat in die periode het gevecht met de zwaartekracht nog niet verloren had.” Denk je dan ook soms nostalgisch terug aan de muziek die je vroeger gemaakt hebt? Mauro Pawlowski : “Ik luister zelden terug naar mijn eigen oude platen, maar als ik er dan toch op één of andere manier mee geconfronteerd word, vind ik dat altijd heel pijnlijk. Er zijn wel bepaalde momenten waar ik soms nostalgisch van kan worden. Zo was er bijvoorbeeld een avond waarop we ergens in het verre Noord-Holland moesten gaan spelen. Het regende en iemand had benzine in plaats van diesel getankt, zodat wij daar met vijf man, midden in de nacht, in een bestelwagentje op elkaar gepakt hebben moeten zitten wachten tot er technische hulp zou arriveren. We hadden niks, geen eten en geen drinken, enkel een cassette met ‘prank calls' van The Jerky Boys. Dat zijn van die momenten waar ik het voor doe en daar word ik dus wel nostalgisch van.”
Denk je dat je muzikale carrière ook zonder Humo's Rock Rally te winnen zo'n bliksemstart genomen zou hebben? Mauro Pawlowski (krijgt weer de slappe lach): “Misschien was de start van mijn carrière dan wel met een maand of zo uitgesteld! Had ik niet gewonnen, dan zou ik ondertussen nog wat kunnen oefenen hebben en waren mijn barré-akkoorden misschien nog zelfzekerder op plaat gezet. Ik moet Humo misschien wel een proces aandoen.” Hierna begint het vraaggesprek steeds minder op een interview en steeds meer op een waanzinnige brainstormsessie te lijken. Mauro, die nochtans enkel twee koffies opheeft, bedenkt een aantal mogelijke alternatieve carrières voor zichzelf (origamikunstenaar en bloemschikker met een specialisatie in vleesetende planten), maakt een zelfportret als ‘Mauro Evrard' en geeft mij bij wijze van kerstgeschenk een parkeerboete, die hij vervolgens signeert. En passant vinden we ook nog een aantal nieuwe muziekgenres uit, waaronder ‘interview house', de variant ‘happy interview house' en ‘daspophop'. Tijdens de fotosessie achteraf, waarin Mauro bewijst dat zijn erotisch geladen optreden in de ‘Jumpneedle'-clip geen alleenstaand feit was, beslissen we ten slotte nog om een drietal nieuwe groepen op te richten: een Johny Logan-tribute band, een groep die ‘Cut Blazers' zal heten (Mauro: ‘Niet Kutblazers, maar wel Cut Blazers, genoemd naar het kledingstuk) en een ensemble dat ‘passé-rock' zal brengen. In een dergelijke groep spelen houdt natuurlijk wel één groot risico in: als we onze tijd té ver achteruit zijn, dan zal het publiek niet meer kunnen volgen. Hoe dan ook, u weet nu al welke namen dé revelaties zullen zijn van Humo's Rock Rally editie 2006. Mauro Pawlowski & The Grooms spelen op zaterdag 14 februari 2004 in De Kreun. [Steven Heyse] (foto's: Pieter Viktor Kindt)
|