Mao Magazine interview with Mauro
__________________________________________

Taken from Mao Magazine

God mag weten waar Mauro Pawlowski de voorbije drie jaar heeft uitgehangen, maar vanaf heden staat hij weer waar hij van nature thuishoort: op het podium, in het brandende spotlicht, druk met een roodgloeiende gitaar pokend in het achterste van Satan, want dáár - zo weet de ware rocker - zitten tot nader order nog altijd de beste tunes. Mauro openbaart zich aan de wereld met een nieuwe groep die, om alle verwarring te vermijden, gewoon Mauro heet, en een uitstekende nieuwe cd die, opdat uw verbeelding ook nog eens in gang zou knarsen, Songs From A Bad Hat heet. Een introductie tot Mauro's nieuwe incarnatie in tien en nog wat trefwoorden.

Het begin

Ik denk dat ik zo'n twee jaar geleden het eerst aan deze plaat ben gaan denken, of beter gezegd: ze ben gaan leven. Als je er zolang mee rondloopt, neemt een plaat natuurlijk verschillende gedaanten aan. Dat is altijd zo geweest bij mij, ook omdat ik nogal een veelschrijver ben. Ik schrijf veel, maar ik gooi ook veel weg. Songschrijven is eigenlijk vooral schiften. Wat voor plaat het wordt, hangt in grote mate van het tijdstip van de opnamen af. Had ik deze plaat twee maanden vroeger of twee maanden later opgenomen, dan was de schifting anders geweest en had ik een andere plaat gemaakt. Je weet dus nooit wanneer een plaat af is. Op een gegeven moment zit je in de studio en moet je het gewoon doen, zo simpel is het.
Sommige nummers van deze plaat heb ik geschreven toen de Evil Superstars nog bestonden, maar ik ben blij dat ik niet vlak na het uiteenvallen van die groep een plaat heb gemaakt. Ik wilde toen per se het tegenovergestelde doen van wat ik met de Superstars had gedaan. Het zou een lo-fi akoestische balladeplaat zijn geworden en die bruuske overgang zou achteraf bekeken toch iets te hysterisch geweest zijn. Die reactie is ook normaal: je wilt met alle geweld iets anders doen. Pas na een paar maanden kom je weer op je plooi en heb je opnieuw een heldere kijk op de dingen. Ik ben heel blij dat het geen akoestische plaat is geworden, en dat er een paar stevige rockers opstaan. Ik heb echt zin om met een rockband rond mij te gaan spelen.

De nieuwe groep

Ik werk in de eerste plaats met personen, en dan pas met muzikanten. Bij de Evil Superstars schreef ik echt voor die mensen. Alleen zij konden die muziek spelen. Daarom wilde ik ook niet doorgaan onder die groepsnaam. Omdat wij paradoxaal genoeg toch wel een groep waren. Ik was de enige componist, maar ik had die mannen nodig om tot die sound te komen. Zij inspireerden mij tot die riffs.
De nieuwe groep heb ik op basis van dezelfde eisen samengesteld. De mannen moeten mij inspireren tot het soort nummers dat ik nu voel. We hebben eigenlijk een jaar in een onvolledige bezetting gespeeld. Ik had een gitarist nodig en die vond ik maar niet. En ik kwam jammer genoeg niet op het idee dat de broer van onze toetsenman een fantastische gitarist is (lacht). We hebben dus een jaar zonder tweede gitarist gespeeld. Zo hebben we zelfs op Pukkelpop gestaan.
De drummer was gemakkelijk: Herman (Houbrechts, red.) is één van mijn beste vrienden, dus dat was snel beslist. De bassist was de tweede: ook zo'n gast die ik eerst had leren kennen als mens, en waarvan ik dacht dat we wel bij elkaar zouden passen. Anton Janssen, de toetsenman, zat vroeger bij Noordkaap. Nu, ik heb een lichte telefoonfobie. Ik heb aan de telefoon altijd de indruk dat ik tegen een spook zit te babbelen. Ik stelde het daarom altijd maar uit om Anton te bellen. Tot hij op een dag na de split van Noordkaap zélf op me afstapte. Toen was het snel geregeld. Het samenstellen van de groep heeft toch wel wat moeite gekost. Het ging niet zoals in westerns, waar er op dezelfde dag eentje uit een hoerenkot wordt gehaald, een andere uit de saloon wordt gemept, een een derde op het punt staat om te worden opgehangen en op het nippertje door zijn maats wordt gered.
Het belangrijkste verschil met de Evil Superstars is dat de focus, het doel van deze groep anders is. Het doel van de Superstars was zoveel mogelijk bewegend doelwit te zijn (lacht), nu zit ik in de traditie van zovele anderen om zo duidelijk en zo direct mogelijk mijn verhaal te doen en de m ensen rond mij daar zo functioneel mogelijk mee te helpen.

Mauro

Om meteen even dát misverstand uit de wereld te helpen: de nieuwe groep heet Mauro en niet Mauro & The Inferno's. We hebben onder die laatste naam één keer opgetreden in een cafe, omat er íets op de affiche moest staan, en die naam is vervolgens een eigen leven gaan leiden. Die groepsnaam bestaat echter al.
Vreemd genoeg verdwijnt de motivatie om een goeie groepsnaam te verzinnen naarmate je langer bezig bent. Als je achttien bent, vind je dat heel belangrijk. Nu vind ik een groepsnaam vooral iets dat je nodig hebt: om op de cd te zetten of op een affiche, en niks méér. Wat mij betreft hadden we het gewoon op 'Mauro Pawlowski' gehouden, maar dat was net iets te lang. Het werd dus Mauro. Ik zou eigenlijk een goed alternatief moeten vinden voor The Inferno's, maar voorlopig heb ik nog niks gevonden. Telkens wanneer ik een affiche van ons zie hangen, denk ik: 'Ik moet toch dringend eens werk maken van die naam.' Ik heb nog even overwogen om de groep The Golden Ass Rangers te noemen. Toen iedereen me echter uitlachte met die groepsnaam, zei ik natuurlijk ook maar dat het om te lachen was. Maar ik méénde het echt. Ik vind het trouwens nog altijd een goeie naam. Ik vrees dat de platenfirma het een tikje te homo-erotisch vond klinken.

Dave Sardy

Voor mij was Sardy jaren geleden al de norm: toen ik zijn groep Barkmarket de eerste keer hoorde, had ik iets van: 'Wat is dít? Die klank is gewoon revolutionair! Hoe komt het dat niemand anders dat hoort?' En nu wil natuurlijk plots iedereen die klank hebben. Hij was al mijn eerste keuze als producer. Ik had al eens met hem gewerkt, dus ik wist wat hij waard was: over de productie maakte ik me geen zorgen. Ik heb me ook niet met de klank bemoeid, dat liet ik volledig aan Dave over. Ik wist dat ik hem blind kon vertrouwen. Ik ben ook heel tevreden over het resultaat: de plaat klinkt precies zoals ik gehoopt had.
Sinds onze vorige samenwerking is er natuurlijk wel één en ander veranderd. Dave is ondertussen een veelgevraagde producer geworden en dat merkten we toch af en toe. Op een dag zei hij toen we de studio binnenkwamen: 'Ik heb goed en slecht nieuws. Het goeie nieuws is: de opnamen klinken heel goed. Het slechte nieuws: ik moet nu even twee dagen naar L.A. om Rage Against The Machine te gaan hermixen.' Mochten wij weer twee dagen onbetaalbare koffietjes gaan slurpen in allerlei Newyorkse cafés (lacht).
Sardy is ook een enorm coole gast, voor sommige mensen misschien wel iets té cool. Maar zijn cool slaat automatisch over op jou, en dat scheelt toch weer een paar overuren (lacht). Cool zijn hoort namelijk bij de rockjob.

 

Attitude

Over de klank van de plaat maakte ik mij geen zorgen, dat was bij Sardy in goede handen. Er zijn dingen waar ik veel meer belang aan hecht. Of de nummers wel goed zijn bijvoorbeeld. Of ik zélf wel goed ben. Zit mijn persoonlijkheid, mijn attitude wel goed? Waarmee ik niet bedoel: uiterlijke attitude. Ik heb het eerder over innerlijke attitude. Zit die wel snor. Dat zijn de dingen waar ik mee bezig ben, zelfs jaren voor ik de plaat maak. De rest is haast een formaliteit.
Attitude heeft voor mij te maken met de persoonlijkheid van de artiest, zijn levenswijze, de manier waarop hij tegen de dingen aankijkt. Als rockzanger kun je beter een gevoelsmatige en provocerende attitude hebben dan bijvoorbeeld een intellectuele en berustende. Dat past bij een andere uitingsvorm. Je weet wel ongeveer in welke richting je je persoonlijkheid wilt laten evolueren, maar je hebt er niet altijd evenveel vat op. Ik zit wel eens te denken: 'Ah, goh, zo eentje ben ik dus. Da's ook niet altijd even fraai.' Als ik mezelf bezig hoor, denk ik soms: 'Aaargh! Was ik maar een ander karaktertype geweest.' Maar goed, je hebt niet te kiezen, hé. Ben ik nu eigenlijk vaag? Kan het zijn dat er rook uit uw hoofd komt?

Zingen

Ik zing niet graag in de studio. Sterker nog: ik haat het. Als het weer zo ver is, moet ik me echt naar de microfoon slepen. Vroeger kon ik niet snel genoeg weg zijn als ik iets had ingezongen. Deze keer heb ik een extra inspanning gedaan. Nu was het echt van: 'allez vooruit, ik zal me toch nog maar eens voor dat tweede refrein van de derde track naar de microfoon sleuren en proberen het niet volle overgave twintig keer opnieuw te doen. Als je dat niet kunt opbrengen, heb je er later altijd spijt van. Ik heb de voorbije twee jaar ook hard op mijn zang gewerkt.
Ik weet niet waarom ik zo'n probleem heb niet zingen. Misschien heeft het te maken niet mijn karakter: ik ben van nature nogal gereserveerd, en je staat daar toch een beetje naakt, zoals op alle momenten van inspiratie. Optreden is iets anders. Daar heb je een situatie van: 'Hey-hey-hey! Ik ben de man!' In de studio is het toch een verschil. Voor mij is het altijd even slikken. Mijn omgeving stelt me op een bepaalde manier gerust, maar van harte zal het wel nooit zijn. Je staat daar ook maar raar met je koptelefoon op je kop. En je hoort ook alles: je hoort je huig trillen achterin je keelgat, je hoort de luchtstroom wervelen in je mondholte. Afschuwelijk! En je moet ook goed op je Engelse uitspraak letten. Je doet hard je best om te verdoezelen dat het niet je eerste taal is, wat niet wegneemt dat je af toe toch nog als `Der Kommissar' klinkt (lacht). Dat is toch lichtelijk gênant.

Nieuwe wegen

Op de laatste Evil Superstars-plaat wilde ik per se `Love Happened' als laatste nummer. Dave Sardy wilde de plaat ermee openen, omdat hij het zo'n sterk nummer vond, maar ik wilde het als afsluiter, want - zei ik toen - dit zal mijn nieuwe richting worden. Ik zag die song echt als de deur naar de volgende fase en daarom moest en zou het de afsluiter van de plaat worden.
Ik weet niet of er een soort natuurlijke evolutie in mijn muziek zit, of deze plaat uit de vorige platen voortvloeit. Je zou kunnen zeggen dat alles bij hetzelfde is gebleven: ik zing nog altijd alleen maar over femmes fatales. En of ik dat nu op `aaargh!!-klink-klonk' of `la-lààà-djingel-djangel'- wijze doe, het zal altijd over femmes fatales gaan. Veel blijft dus hetzelfde. Ik word ook ouder en ik wil dat ook niet tegenhouden. In tegenstelling tot veel mensen in deze branche die dat ten koste van alles willen ontwijken en verdoezelen, wil ik dat zelfs dik in de verf zetten. Je kunt volgens mij wel degelijk - het klinkt lullig, maar ik kan liet niet anders uitdrukken - waardig ouder worden. Een oude, ambetante vent zal ook altijd bedreigender zijn dan een jonge blaag van een punker. Dat weet ik zeker.
Ik weet niet of de Evil Superstars een fase waren waar ik doorheen moest. Ik ben met die groep gestopt en ik ben er ooit mee begonnen: in die zin zou je het als een fase kunnen beschouwen, zoals elke tien jaar van je leven een fase is. Dat was toen mijn leven, zoals dit nu mijn leven is. Ik hen bereid alles te laten vallen, alles kapot te maken en weer van nul te beginnen als het functioneel is. Ik ben zo iemand die altijd in beweging moet zijn. Als het moet, ben ik bereid bruggen te verbranden, met alle consequenties vandien. Als je moet ingrijpen, moet je dat grondig doen, vind ik. Niet flauw doen, geen halve maatregelen. Nee: radicaal de knoop doorhakken.

Evil Superstars

Hoe populair de Evil Superstars ook waren, veel platen hebben we nooit verkocht. Ik word nog regelmatig aangeklampt door mensen die me zeggen hoe geweldig de Superstars waren, en hoe tof ze onze platen wel niet vonden. Ik denk dan altijd: 'Oké, als je de plaat nu ook nog even gaat kopen, ben ik helemaal blij' (lacht). Nu, in de loop der jaren hebben we niet één keer gedacht: `Ja, als dit niet spectaculair de hitparade inschiet, kunnen we er maar beter mee ophouden.' We wisten goed genoeg dat we niet de publieksvriendelijkste muziek maakten. Maar sommige dingen blijven toch vreemd. De laatste concerten bijvoorbeeld. Op Pukkelpop stonden we ineens voor een bomvolle, hysterische tent. Fantastisch, daar niet van, maar ik kon het toch niet helpen om te denken: `Wat krijgen we nu? Wat móeten jullie van ons?'
ik vond dat het bij die groep paste om op een niet echt ideaal moment te stoppen. Een groep zoals de Evil Superstars die veel dingen weigert en niet bereid is om veel compromissen te sluiten, heeft zijn tijd nodig om een zeker succes te bereiken.Twee platen is dan niet genoeg. Met drie of vier platen waren we wel ergens gekomen, denk ik. Maar dat geduld heb ik niet. Bovendien zaten er in de groep nog andere talenten. Vijf jaar die mannen mijn nummers opdringen... Op het einde begon ik mij er eerlijk gezegd een beetje voor te schamen.


Seventies

De maniertjes, de taal die ik nodig heb om mijn verhaal te vertellen, sluiten bij de muziek uit de seventies aan. Het klinkt misschien wat melig, maar ik hou tegenwoordig meer van hoopvolle, positieve klanken dan van het verwende indie-rock geneuzel dat je dezer dagen overal hoort en waar ik - behalve tomeloze verveling - totaal niks bij voel.
In de jaren zeventig gebruikte men, gejaagd door de tijdgeest, hoekiger harmonieën. De muziek uit die periode sloot meer bij de zwarte genres aan: funk, soul en blues. De mensen uit de zwarte gemeenschap waren niet verwend en hadden niet de behoefte om hun ellende extra in de verf te zetten in hun muziek. Die mensen hadden troost nodig, en door zich te omringen met schoonheid probeerden ze hun situatie wat draaglijker te maken. Iemand die verwend is, kan het zich permitteren om zichzelf met stront in te smeren. Hij vindt het wellicht nog lekker ook.
Als je zelf het verlangen naar hoop en troost voelt, kom je dus vanzelf bij de jaren zeventig uit. Ik luister ook veel liever naar T-Rex en Fleetwood Mac dan naar Coldplay en consoorten, met alle respect overigens. De eigentijdse groepen die ik goed vind, hebben dat ook allemaal: Jane's Addiction klinkt ook positief. Jeff Buckley ook. Ik heb geen boodschap aan de allernieuwste belegen metal-grungesensatie. Geef mij maar Van Halen, de eerste elpees met David Lee Roth, welteverstaan (lacht).
Ik had eerlijk gezegd ook liever gewild dat de plaat wat eigentijdser had geklonken. Ik had echt niet verwacht dat het deze richting zou uitgaan. Maar dat heb je nu eenmaal niet in de hand. Je kiest voor je gevoel of voor je verstand, en je moet je bij de gevolgen van je keuze neerleggen.
In de seventies hadden rockers nog attitude, ze waren rock-'n-roll tot in hun tenen. Ik val daar toch ook wel voor. Ik ben volledig voor de bierdrinkers-attitude. Misschien wel het fancy arty-farty uitgangspunt iets te vertellen te hebben, maar toch: met een bierdrinkersmentaliteit.

 

Luuurve/Liefde

Wat kan ik zeggen? Het is het enige wat me écht interesseert. Het enige wat mij écht tot een bijna religieuze ervaring kan brengen, zijn knappe grieten (lacht). Begrijp me niet verkeerd: ik ben hondstrouw. Maar occasioneel, zéér occasioneel glijdt er een zweetdruppeltje van mijn voorhoofd. Maar elk zweetdruppeltje is wel een song. Ik weet niet wat er met mij zou gebeuren als ik zou besluiten mijn trouw op te geven. Ik zou het eens moeten proberen, dan weet ik het meteen. Het probleem is: het zou tot drama leiden en dan heb ik geen tijd meer om iets gedaan te krijgen. Ik heb echt al mijn energie nodig voor mijn werk. Hoe minder drama om me heen hoe beter, want ik kan niet werken als er in het leven op de begane grond iets niet naar wens verloopt. Sommigen hebben die spanningen juist nodig, maar bij mij werkt het verlammend. Ik heb ook wel eens gelezen dat er van seks ook niks meer in huis komt als je te veel drugs neemt. Ik probeer mezelf eigenlijk wijs te maken dat er op de één of andere manier tussen al die dingen een verband bestaat (lacht).
In mijn songs loopt het vaak slecht af met de liefde, maar zo gaat het ook in het echte leven. Liefde en pijn gaan onverbrekelijk samen. Om tot dat soort hevige gevoelens te komen, moet er pijn zijn. Verliefdheid is geen harmonieus en sereen gevoel. Pijn en conflicten zijn onvermijdelijk, en een echte vent gaat dat ook niet uit de weg.
MAGO

Imago

Ik besef dat nogal wat mensen mij als een soort personage beschouwen, maar dat kan ik alleen maar aanmoedigen. Het hoort gewoon bij de job. Eén van de redenen waarom ik niet met de Evil Superstars wilde verdergaan, is dat ik mezelf een personage voelde worden. Het werkt een beetje langs twee kanten bij mij. Op een gegeven moment kwamen er mensen naar mij die een beeldje van mij hadden gemaakt, met mijn haar rechtop en een snorretje erop getekend. Ik vond dat angstaanjagend. Andere mensen doen er jaren over om tot dat punt te komen. Voor mij was het in ieder geval het signaal om ermee te stoppen. Het is bij mij heel dubbel. Ik moedig het aan en tegelijk rem ik het af. Ik weet niet of dat opportunisme is. Ik zie het eerder als een soort zelfbehoud. Ik wil een compleet beeld geven. Ik wil zowel held en antiheld zijn. Omdat het nu eenmaal zo is. Als je onaangename kantjes hebt, moet je die niet wegstoppen. Die moet men er maar bijnemen. Anderzijds: als je een beetje cool bent, moet je dat ook niet wegsteken, hé (lacht).
Als performer heb je een portie ijdelheid nodig. Dat maakt het ook interessant voor jezelf. Je moet jezelf een beetje opfokken. Anders zou ik evengoed in het park de mussen kunnen gaan voeren. Maar daar krijg ik dan weer geen kippenvel van.

Galliardo

Soms denk ik van mezelf: wat is dat nu weer? Wat zég je nu eigenlijk? Meen je dat nu serieus of niet? Dat heb ik dikwijls. In Italië noemen ze iemand als ik een galliardo: een sluwe vos, een leperd, iemand die je niet helemaal kunt vertrouwen. Als ze je in Italië zo noemen, strijken ze altijd even met hun duim langs hun voorhoofd. Het wordt in Italië nogal veel gezegd, omdat er daar veel galliardo's rondlopen.
Ik zie het niet als een negatieve eigenschap, integendeel. Het gekke is dat je je, terwijl de mensen erbij staan, van alles kan permitteren. Het heeft ook te maken met de manier waarop je het aanbrengt. Ik had het onlangs nog voor. Op een feestje vertelde een collega-muzikant me dat hij het zo geweldig vond dat ik altijd open kaart speelde. Hij vroeg zich af of ik dat nu zelf een goeie of een slechte eigenschap vond. Waarop ik zei: `Ik weet het ook niet altijd zeker, maar voorlopig komt het me overwegend goed uit, dus hou ik het maar zo.' Maar zelfs terwijl ik het zeg, heb ik zoiets van: `Is dat niet de uitspraak van een galliardo?'
Ik weet niet of ik precies hetzelfde in elkaar zou zitten als ik de muziek niet had. Ik vrees dat ik een iets minder funky probleemgeval zou zijn (lacht). Een tijd geleden heb ik eens een week verlof genomen en ik veranderde schrikbarend snel in een grumpy old man. Toch maar weer snel terug de crea-club in, dacht ik. 't Is toch een niet te onderschatten uitlaatklep, hoor.

Humor

Vroeger kon ik soms hele dagen na elkaar de speelvogel uithangen. Dat heb ik nu niet meer. Nu heb ik er alles bij elkaar misschien een paar kwartier na elkaar last van. Ik weet ook niet waar dat vandaan komt. Laat ik het er op houden dat ik ernst soms zeer ongepast vind. En humor, de lach, dat is toch één van de weinige zegeningen van de mensheid? Maar de humor is inderdaad minder nadrukkelijk dan vroeger. Ik merk dat ik in alles, zowel op het vlak van humor als van erotiek als... - euh, is er nog iets anders eigenlijk (lacht) - dat ik in die dingen meer kies voor het onderhuidse.
Ik heb toch wel het gevoel dat ik me met deze plaat kwetsbaarder opstel dan vroeger. Daarom waren de opnames dit keer ook pijnlijker voor mij. Een gereserveerde mens als ik heeft toch zijn tijd nodig. Het duurt wat voor je jezelf zeker genoeg voelt om jezelf kwetsbaar op te stellen. (Grappend) Ach, wéér een overgevoelige artiest (lacht). Maar het is wel zo: ik neem liever mijn tijd. Ik mag er niet aan denken dat ik, zonder het zelf te weten, sentimenteel zou zijn. Soms heb je dat zelf niet door, hé. Dat soort gênante situaties wil ik liefst vermijden. Nu ik er zo over nadenk: ik ben eigenlijk toch wel een beetje een macho. Je mag niet vergeten: ik ben een halve Italiaan, hé (lacht).

Publiek

Ik hoop van ganser harte dat deze plaat voor veel mensen een verrassing is. Je denkt natuurlijk wel aan de eventuele reactie van het publiek, maar je houdt er geen rekening mee. Zelfs al zou je dat willen, het is ook onmogelijk. De noodzaak waarmee je zo'n plaat maakt is veel te sterk om dat soort dingen een rol te laten spelen. Ik hoop echt dat iedereen de plaat goed vindt, echt waar. (Ironisch) Ik maak tenslotte muziek voor jullie. Maar ik vind wel dat je er een soort arrogantie, een kamikaze-mentaliteit op na moet houden, en de plaat maken waarvan je voelt dat je ze moet maken. Je hoort het ook wanneer een plaat vanuit die houding is gemaakt.

Ambitie

Ik hoop dat ik fatsoenlijk aan de bak kom, genoeg om me niet te veel zorgen te moeten maken over mijn verdere stappen en rustig verder te kunnen werken. Dat comfort moet je hebben. En daarvoor heb je een basispubliek nodig, een soort grondlaag van succes die je toestaat zorgeloos verder te werken, die de opwinding gaande houdt, zodat je niet 'gewoon' oud wordt.
Roem is iets verraderlijks: als je daar naar streeft, betreed je een gevaarlijk pad. Ik ben er eerlijk gezegd een beetje bang van. Niet dat ik wil overkomen als de integerste mens aller tijden, maar mij is het er in ieder geval niet om te doen om het 'te maken'. Ik denk helemaal niet in die termen.

Comeback

Men probeert dat ervan te maken, heb ik gemerkt, maar echt cool is het niet, hé? Als ik het woord hoor, moet ik altijd denken aan Milli Vanilli, en erger (lacht). Als je niet constant met je handjes om aandacht loopt te wapperen, is dat nu eenmaal het risico. Dat moet ik er dan maar bijnemen. Dat is één van de nadelen van je af en toe goed te voelen met wat rust. Ik heb nooit echt honderd procent in the picture gestaan, vind ik. Ik heb het van in het begin ook altijd een beetje afgehouden, en daar heb ik geen spijt van. Ik mag er niet aan denken dat je even een blokje ontloopt en dat je om de vijf voet wordt aangesproken.

Popmuziek

De grote zegen van popmuziek is dat het niks moet zijn, en dat het echt alles kan zijn. Ik denk dat dat gevoel een beetje uit deze plaat spreekt. En ook: ik ben dan wel een vieze oude dertiger, maar ik voel me nog altijd goed genoeg om te rocken (lacht).

TEKST
Marc Van Springel - MaoMagazine

FOTO'S
Maarten Vanden Abeele, Exum, Herman Houbrechts

VORMGEVING
Beeldenman