| In de
reeks Oorcontact komt Mauro Pawlowski donderdag 12 december in theater
Het Appeltje zijn favoriete plaatjes voorstellen. 'Ik weet nog niet wat
ik ga doen. Ik wil het publiek in elk geval laten schrikken en dat zal
me zeker lukken', zegt Mauro. Op dat vlak kan deze
uitspraak alvast tellen. 'Ik werk nu aan een Nederlandstalige plaat. Mijn
eerste nummer heet Dood en Verderf. Indien Tien Om Te Zien volgend jaar
een Allerheiligen-special plant, dan ben ik er klaar voor.'
MAURO, DE MUZIKANT
Alle respect
voor arbeiders die aan de lopende band schroeven draaien of bakjes krabsla
vullen. Want als journalist val je regelmatig met je kont middenin een
pak verse boter. Zo heeft Alan Williams van The Rubettes nog maar net
ingehaakt of daar wandelt Mauro al binnen voor een goed gesprek over muziek.
Mauro Pawlowski : 'Serieus. heb je net die zanger van
The Rubettes aan de lijn gehad. Te gek, man.. (begint spontaan een flard
Sugar Baby Love te neuriën). Ik was wel meer een fan van Mud. Ik
denk echt wel dat ik daar alles van heb: Dynamite, Tiger Feet, geweldige
muziek.'
Waren dat de eerste singles die je kocht?
Pawlowski: 'Nee. ik was helemaal weg van Elvis. Vraag
me niet hoe dat kwam, want Elvis is echt iets van voor mijn tijd. Waarschijnlijk
hoorde ik thuis die nummers. Ik vond het gewoon heel goed, ik reageerde
daar al op. Ik moet nog een foto hebben liggen waarop ik als 4-jarige
als Elvis poseer, echt waar. The Shadows vond ik ook heel goed. En dat
singletje How Do You Do, van wie was dat alweer? Mouth & McNeal? Ah
ja...'
Dat je ooit met een bandje de Limburgse trouwfeesten afschuimde
is niet zo'n groot geheim.
Pawlowski: Die trouwfeesten... Ach, dat was gewoon een
familielid die in het circuit zat en me aan een job hielp. Anderhalf jaar
heb ik dat gedaan. We speelden niet alleen in Limburg, we zijn in heel
de Benelux geweest Het repertoire liep van The Hucklebuck tot Whitesnake.
Ik was toen een jaar of 18, het was gewoon een goede tijd.'
Kort daarna zong je met de Evil Superstars Satan is in my
ass. Waar zit de link?
Pawlowski: 'Er is geen link Het leven ging gewoon verder
en de inspiratie die volgde. Met mijn vorige plaat ben ik wel terug naar
mijn kindertijd gegaan. Die glamrock,. daar wilde ik ooit een keer wat
mee doen. T-Rex, Mud, die dingen, dat moest ik een keer van me afschrijven.'
Met die collectie zal je die Oorcontact-avond makkelijk kunnen
vullen.
Pawlowski: 'Ik heb genoeg liggen om iets spectaculairs
te kunnen vertellen, ja. Eind jaren '60 was er in Holland bijvoorbeeld
een provo-muzikant die zich Surprise noemde. Die man heeft een fantastische
plaat gemaakt, een kruising tussen blues en avantgarde. Toen die plaat
uitkwam, las hij wel een vernietigende, eerste recensie. Dus gooide Surprise
al zijn platen in zijn bakfiets en kapte de hele handel in de Amsterdamse
Amstel. Van het ene exemplaar dat bewaard is gebleven, is nu een cd gemaakt,
echt prachti.g'
Hoe ontdek je die dingen? Schuim je de rommelmarkten af?
Pawlowski: 'Niet echt. Ik heb gewoon een vriendenkring
die heel fel met die dingen bezig is. Ze reiken me constant dat soort
platen aan. Ze gooien me er bijna mee dood. Het moet bij mij wel om goede
muziek gaan. Als ik eens een clublied van FC Winterslag tegenkom, dan
geef ik dat meestal cadeau aan iemand van wie ik weet dat hij het wel
kan appreciëren. Je zou eens moeten weten wat er ooit allemaal op
plaat is uitgebracht Het is niet te geloven.'
Fotograaf Nick Hannes: 'Het pausbezoek aan België, de kroning
van Beatrix, ...'
Pawlowski: Ik heb zo'n plaat waarmee je je papegaai kan
leren praten! Dat begint met een gast die constant good morning zegt.
(imiteert) Op de b-kant is het van 'hello everybody' (x3). En op het laatst
krijg je dan van: 'let's listen to the results'. Dan hoor je die papegaai
tekeer gaan. Schitterend. Of platen van de paus van de Satanskerk, die
heb ik ook. Zijn nummer Start the day right, dat is echt het betere werk.'
Wanneer kruip je nog eens echt het podium op?
Pawlowski: 'In januari loopt in Mechelen een tentoonstelling
over popmuziek. Daar ga ik wat improviseren. Ik heb ook nog een paar opdrachten
voor theater lopen. Ik doe dat heel graag. Zoals laatst Freaks van Froe
Froe bijvoorbeeld. Een verzameling van die dingen ga ik op cd zetten.
Ik zie mijn naam al op een plaatje staan dat heet: muziek voor poppentheater!
Daar kijk ik echt naar uit.'
Verder
nog grote plannen?
Pawlowski: 'Op 23 december sta ik samen met Flip Kowlier,
Laïs en een hoop anderen in Vorst Nationaal met een symfonisch orkest.
Ik ga die avond het nummer Kleine Anita brengen van Jules De Corte. Sinds
ik heb gespeeld met Kris de Bruyne heb ik echt iets met Nederlandstalige
muziek. Ik hoop binnenkort zelfs een Nederlandstalige plaat uit te brengen.
Dood en Verderf is een eigen nummer dat ik ook in Vorst zal brengen.
De Allerheiligen-special van Tien Om Te Zien, ik ben er klaar voor.'

MAURO,
DE MENS
Mauro Pawlowski kan niet alleen over muziek een fijne boom opzetten.
Nu heel het land de mond vol heeft van integratie, sneden ook wij het
onderwerp aan.
Pawlowski: 'Mijn grootouders langs moeders kant kwamen uit Italië.
De andere kant van de familie komt uit Polen. Het verhaal van onze familie
is een verhaal van veel ellende. Het was zeker green gril, zo van: 'hé,
laten we eens naar een ander land vertrekken!' Het zijn geen heroïsche
verhalen, eerder tragische dingen. Langs de Italiaanse kant ligt het pijnlijke
wat in de privé-sfeer bij mijn grootvader. Ik heb een vermoeden
dat hij geen rechtschapen man was. Het is iets dat niet graag wordt opgerakeld.
Met politiek had het niets te maken, het was gewoon een felle vent, een
echte Italiaan zeg maar. (lacht) De familie kwam uit Bari, het arme Italiaanse
zuiden. Ze moeten er ooit nog in krotten hebben gewoond. Het was schrijnend.
Langs Poolse kant gaat het om een oorlogsverhaal. Mijn grootvader was
in Polen politieagent. De familie is gevlucht toen de Duitsers binnenvielen.
In de jaren '40 zijn beide families dan in de Limburgse mijnstreek terechtgekomen.
Ik behoor nu tot de 3de generatie. Vergeleken met mijn grootouders behoor
ik tot de luxe-generatie.'
Je groeide op in de jaren '70. Gebeurde dat in een Vlaamse familie
of was het nog een hutsepot?
Pawlowski: 'Het was een hutsepot, ja. We spraken thuis
wel Nederlands, en aten 'patatten' en zo. Maar de sfeer was toch een mix
tussen Slavisch en mediterraan. Dat uitte zich in clichés. Je had
het vrome van Polen en de hysterie van Italië. Die strenge geestelijke
regels gingen in combinatie met de complete kleurrijke chaos.'
Jouw familie behoorde tot de Europese migranten. Merkte je in
Limburg een verschil met de Turkse of Marokkaanse gemeenschap, ook qua
discriminatie?
Pawlowski: 'Er was een duidelijk verschil. Beide gemeenschappen
hadden een afwachtende houding, er was wat schrik. Maar we woonden samen
in de cité, dus moesten we met elkaar omgaan. Ik heb toch wel goede
herinneringen aan mijn jeugd. Iedereen denkt bij een cité aan dat
robuuste, aan de straatgevechten. Zo was het niet echt. Ken je die sketch
van Koot en Bie? Een journalist vraagt aan een stakende arbeider of hij
niet met de bakstenen gaat gooien. Maar die arbeider wil alleen maar netjes
vergaderen en een oplossing zoeken. (lacht) Het ging er bij ons dus heel
normaal aan toe.
Van discriminatie heb ik niet veel gemerkt. Misschien wel bij de vorige
generatie, zou kunnen. Mijn aartsvijand in de cité was zelf een
Pool die mij kwam pesten. Ik werd dan altijd beschermd door de Turkse
vrienden. Zo zie je maar. Al hadden die toestanden meestal gewoon wat
te maken met puberaal gedrag.'
Je
woont nu in Antwerpen. Zie je de vergelijkingen met die tijd van toen?
Pawlowski: Ergens wel. Ik woon in Borgerhout. Ik vang
ook daar die gemoedelijkheid op, buren die een praatje met elkaar komen
slaan. Anderzijds, zo'n grootstad kan je moeilijk vergelijken met een
buurt in een Limburgs dorp. Dat wil niet zeggen dat ik wil terugkeren.
Absoluut niet. Van die rellen heb ik niet zo veel gemerkt. In mijn buurt
blijft het rustig.'
Sta
je zelf nog stil bij de huidige discussies die gevoerd worden rond integratie
of migratie?
Pawlowski: 'Ik ben zeker niet cynisch. Ik wil niet doen
of het mij niet kan schelen. Ik kijk naar het nieuws en lees de kranten,
net als iedereen. Maar om daarover een mening te geven... Dat laat ik
liever aan de specialisten over die iets zinnigs kunnen zeggen. Zelf denk
ik dat een kunstenaar, of je nu popzanger of beeldhouwer bent, heel erg
midden in de realiteit of in de maatschappij moet gaan staan. Je moet
ook altijd een gewone burger blijven, niet excentriek gaan doen en in
een boomhut of op een eiland gaan zitten. In mijn ogen kan je alleen maar
uit de maatschappij stappen door zelfmoord te plegen. En dat lijkt me
niet zo verstandig.'
In
jouw muziek hoor je weinig terug van pakweg Poolse polka, bewust?
Pawlowski: 'Rock'n roll of Angelsaksische muziek is sowieso
afkomstig van de zwarte verschoppeling. Dat is in oorsprong slavenmuziek.
Die mensen hebben voor een enorme culturele revolutie gezorgd. Alleen
wordt dat feit een beetje monddood gemaakt door de blanken die de muziek
hebben opgepikt. Neem Elvis Presley: een charismatische Westerling die
de religieuze gospelmuziek een nieuwe injectie gaf. Die gospel is in welke
vorm dan ook voor mij blijven bestaan. Kurt Cobain was in mijn ogen ook
een gospelzanger.'
Misschien
een stomme vraag om te besluiten. Pool, Italiaan of Belg, hoe voel je
jezelf?
Pawlowski: 'Het is een onzinnige vraag, ja. Maar dat
mag mij niet weerhouden om daar een antwoord op te geven. Ik zeg altijd
dat ik Belg ben. Ik geloof dat Magritte ooit gezegd heeft dat België
een land is dat niet bestaat. Dat ligt voor mij dicht bij de waarheid.
In die zin ben ik de Belg die niet bestaat. (DP)
|