Humo Rock Rally Archief, 1994
__________________________________________

Taken from Humo

By Rocky De Lentdecker

Photo by Gie Knaeps

Heeft de Rock Rally zin? Toen mijn voelsprieten de merkwaardige spanning en opwinding opvingen die in een het om drie uur al bomvolle Luna Theater - het strijdtoneel van de finale - hing, wist ik het wel. Een De Lentdecker heeft maar een halve hint nodig. Vrouwe Fortuna (wat men er ook van moge denken: een machtig, de rock 'n' roll warm in het hart dragend wijf) had zeer toepasselijk Rumble Creep aangewezen om de finaleronde in te luiden. Het Aalsterse vijftal was de gedroomde opwarmer, een donderend schot voor de boeg, even de zweep laten knallen. [...]

Metal Molly gooide het over een subtieler boeg: het drietal begon in mineur met de vlees-noch-vis-song 'Honeysmile' (terwijl het sterke 'Superskunk' toch de ideale opener ware geweest), maar herpakte zich met een welhaast foutloze versie van Sloans 'Underwhelmed' en het aan de weemoedsrock van Buffalo Tom verwante, met klagende gitaren afgelijnde 'Silver'. Dit trio charmeerde de jury met een fris en origineel geluid, een grote voorliefde voor sprankelende gitaarpop en een handvol glasheldere, door fraaie dubbelzang gedragen melodieën. Zij sneuvelden pas in een van de laatste stemronden en het moet al vreemd lopen wanneer we in de toekomst niets meer van hen horen.

Sweater, in de preselecties een vrij kleurloze verschijning, maar in de loop van deze Rock Rally gegroeid. Zanger-gitarist Jo Smeets en de zijnen kwamen telkens met meer zelfvertrouwen, overtuigder van hun eigen kracht en kunnen aan de start en het was eraan te horen. In de finale openden ze weerom met 'Tuck, the Man', een mooie song van Hallo Venray waarnaast hun eigen composities gelukkig niet uit de toon vielen. Sweater gaat het niet ver zoeken. Ze houden het bij simpele akkoorden waarrond ze eenvoudige, pakkende liedjes opbouwen: 'Haunted soul' bijvoorbeeld, of 'Write your own song', een song waarin de woede en onmacht zit samengebald van alle jonge en ongeduldige helden die in de pluche kantoren van de platenbusiness zijn opgelicht en tot het einde der tijden opgelicht zullen worden. Een song ook die in de Rock Rally-firale meer dan waar ook op zijn plaats was: een fijne vingerwijzing voor de deelnemende groepen, een gitaarhals in het kruis van het aanwezige platenvolk. Kortom: Sweater werd volkomen terecht naar nummer drie gestemd en onder instemmend applaus met een check ter waarde van 100.000 frank de wereld ingestuurd.

Te pril en nog te veel zoekende voor de eerste plaats, maar ondanks het afkeurende gehuil dat tijdens de proclamatie uit een paar runderen ontsnapte, vast en zeker de beste keuze voor de zilveren medaille: Sticks 'N' Stones, een hardwerkend viertal uit de niet-zo-stille Noorderkempen. Een gloedvolle zanger met soul en stijl die zoiets on-twintigste-eeuws als seks in de strijd gooide, een gesmeerde ritmesectie met funk en swing, een veelzijdige en uitstekende gitarist die het geheel stevig aan elkaar laste en een handvol aanstekelijke, tussen Grandfunk Railroad, Bad Company, Terence Trent d'Arby en Spin Doctors zwevende popdeunen: het klonk fel en levendig en het trof mij op al mijn gevoeligste plekken tegelijk. Beukende drums, rollende bas, een stevig van zich afbijtende gitaar en de soepele, talloze toonladders op en af lopende stem van zanger Tommaso stuwden 'l want you in my bed' en 'Turn-Out-City' opnieuw naar grote hoogten; de groep vierde de strakke lijn slechts even in 'Butterfly', een song waarin een zeer overbodig a capella-intermezzo zat; het gaf aan dat Sticks 'N' Stones durft maar het zette een bijna fatale rem op een voor het overige foutloze set. De wetenschap dat het finale-optreden pas hun derde concert voor een publiek was, dat de drummer in zijn furie de snore- en basdrum naar de knoppen beukte en tóch op hoop van zegen doorging, én dat ze al na een paar maanden repeteren een eigen en originele stem hebben, volstaat ruimschoots om hen een mooie toekomst te voorspellen. De tweede plaats zal hen bovendien toelaten in de luwte, ver van de spotlights, te rijpen.

Men had hen wekenlang op voorhand getipt voor de gouden medaille. als de absolute primus inter pares aangewezen en onder luide jubelkreten het podium opgehesen, maar de twijfel bleef tot het allerlaatste ogenblik: het moment suprême namelijk, waarop juryvoorzitter Guy Mortier - door de jaren gestaald en gehard - onvervaard en met professioneel neutrale blik op de microfoon toestapt en de verlossende woorden 'Nummer één: Evil Superstars!' uitspreekt. Met de Evil Superstars won het hechtste en technisch meest begaafde stel muzikanten uit de Rock Rally '94, een perfect op elkaar ingespeeld, van nature tegendraads viertal dat niet bang is van het podium en met een vanzelfsprekende virtuositeit een verbluffende variatie aan stijlen en genres door elkaar rammelt. Ze maken veelkleurige, met grove steek aan elkaar genaaide lappendekens van klank, songs die ze ter plekke, in het wilde weg jammend lijken te verzinnen en daarin schuilt tegelijk de grote sterkte en zwakte van de groep. Soms verliezen ze de song uit het oog, spat de sound alle richtingen tegelijk uit, rekken ze hun nummers te lang en onstaat er iets als de masturbatiesong 'Rape yourself', een warrige combinatie van een stroperige ballad, een doldraaiende kermisdeun, een flard Las Vegas-camp en een fikse scheut hardcore. Maar verder niets dan lof: frontman Mauro Pawlovski oogt even kleurrijk en charismatisch als zijn naam laat vermoeden, 'Delicious rat' en 'Fuckin love' spetterden groots en glorieus uit de luidsprekers en de heren krijgen het voor mekaar heerlijk silly songteksten te schrijven zonder in platte lol te vervallen. Het getuigt eveneens van groot zelfvertrouwen en lef om in de finale hun beste song, het verrukkelijke 'Satan is in my ass' achterwege te laten. De bis waar de zaal luidkeels om schreeuwde kon er niet meer af omdat de drummer iets te uitbundig in de drank was gevlogen, maar dat zullen de Superstars - naarstig rondtoerend in dit land - ongetwijfeld goedmaken: zij zijn waardige en overtuigende winnaars, die in het drukbevolkte huis van de vaderlandse rock ongetwijfeld hun kamertje zullen inrichten.

Rocky De Lentdecker De leden van de rechtvaardige jury: de haarklovers Guy Mortier, Patrick De Witte, Charlie Poel, Marc van Springel, Marnix Peeters en Serge Simonart.